Het woord 'natuurreservaat' klinkt menig stadsmens licht exotisch in de oren. Zo ook bij Heidi. Het woord roept bij haar connecties op met de woorden 'bloemen', 'wandeling', 'laarzen', 'moeras', en als ze in een redelijk lyrische bui is zelfs 'vegetale schatten'. Zo denkt ze aan haar wandelingen in het Zwin van jaren geleden terug als ware het een bergtocht in een ongerepte natuur, waar zowel zeewier als eetbare planten en vreemde vogels als "kluuten" (ook wel dialect voor een iets viezer vogelonderdeel) voorkomen. Een natuurreservaat is voor velen onder ons een oase van anders ontoegankelijke groenheid.
En toch is het met al deze mensen - inclusief Heidi - eigenlijk zielig gesteld. We beschouwen het enige waaruit de aarde enige duizenden jaren geleden bestond als iets uitzonderlijks, iets exclusiefs. Natuurreservaten zijn niet hip en tof, ze zijn zielig. Ze zijn zielig omdat de natuur niet in een reservaat zou moeten zitten, maar de grens van de vaak houten paaltjes zou moeten overschrijden.
Met het fenomeen van natuurreservaten hebben we zonder het zelf te beseffen het tijdperk van de toekomst ingeluid. Een tijdperk waarin Heidi, vergezeld van haar schatten van kinderen, naar het Zwin zal gaan, als ware het een pretpark. Een natuurlijk attractiepark dat toont hoe de wereld er uit zou moeten zien. We proberen de natuur te redden door ze op te sluiten, en bouwen achter de palissades ontelbare blokken uit gewapend beton.
Niet dat Heidi hier plots dé oplossing zal placeren. Heidi moest enkel even terugdenken aan haar lessen geschiedenis uit het middelbaar. Het woord 'natuurreservaat' klinkt immers even vertrouwd in de oren als het woord 'indianenreservaat'. Dat soort reservaten, dat nog steeds bestaat trouwens, isoleert de eerste inwoners van Amerika temidden van dikke Uncle Sam-nekken en degradeert hun wigwams tot bouwwerken die je kan maken met een stevige Stars 'n Stripes. De nog overgebleven Indianen zijn enkel nog een metafoor voor de natuur zoals we ze nu nog kennen in de gemiddelde onmiddelijke stadsomgeving.
Het woord 'natuurreservaat' klinkt menig stadsmens exotisch in de oren. Zo ook bij Heidi. Maar in Heidi's oren heeft het woord 'exotisch' een vergankelijke bijklank. Onze aarde is immers met uitsterven bedreigd.
maandag 28 januari 2008
Heidi vindt natuurreservaten zielig
Gepost door
Christophe De Mulder
op
1/28/2008 01:14:00 p.m.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
7 opmerkingen:
Dat is inderdaad toch jammer hé... En laten we het klein beetje groen dat we hebben dan toch staan... Goed aangekaart Heidi!
Volledig mee eens! Ik stel voor dat we gezwind een meute indianen invoeren (met de sterke Euro kan dat allemaal niet al te duur zijn) en ze loslaten in het Zwin. Ze zullen niet misstaan tussen de vele gevederde seizoensmigranten die daar passeren. Maar onze indianen zijn daar met een missie:...
S' nachts krijgen zij een 'licence to plant': ze steken de - tot op heden ontastbaar gewaande - grenzen van het groen (een alliteratie zowaar) over en beginnen als wilden (het spijt mij -zij het beperkt - als u zich stoort aan deze semi-koloniale denigrerende houding ten opzichte van de 'native Americans', maar zoals u zal opmaken uit mijn verder betoog is het geheel en al geoorloofd) geraniums, eiken, beuken, inheems pijpkruid en hop te planten.
De zichzelf-ontastbaar-gedachte moderne mens zal met gruwel moeten vaststellen hoe de natuur bij gratie van deze vreemde vogels (tja, die pluimen) met grote snelheid wederom zal oprukken.
Waanden wij ons ooit heer en meester van onze achtertuin, snel zal blijken dat zelfs de meest groene handen machteloos staan tegen de vloek van immer verspreidende Urtica (brandnetel)!
Ik weet in ieder geval wat ik ga doen. Eerstdaags maak ik een vuurtje in de tuin, verbrand die dode bladeren (nu kan het nog!) en stuur een rooksignaal naar het dichtstbijzijnde indianen-opperhoofd met een voorstel van vrede... En collaboratie als de tijd komt!
Sommigen vrezen vergrijzing, voorwaar ik zeg u! Vrees de vergroening!
Een goede dag!
Indianen zijn mijns inziens niet sterk genoeg om onze aarde van groen te voorzien, beste anoniem! Men moete zich volgens mij beroepen op ons aller, ehm, zwart schaap: DEN NEGHER!
Immers, den negher is gewoon met zijn handen als kolenschuppen in de bomen te klimmen, daar hij daar veel van zijn vrije tijd doorbrengt. Turend met zijn varkensoogjes over de wijde weide, de steppe of de savanne...
Edoch, bij gebrek aan voldoende materiaal om genoeg neghers over te zetten naar onze Vlaamsche akkers, zullen wij ons moeten beroepen op een nog veel vuiler soort dier:
de Walen.
U weze gewaarschuwd.
Indianen zijn mijns inziens niet sterk genoeg om onze aarde van groen te voorzien, beste anoniem! Men moete zich volgens mij beroepen op ons aller, ehm, zwart schaap: DEN NEGHER!
Immers, den negher is gewoon met zijn handen als kolenschuppen in de bomen te klimmen, daar hij daar veel van zijn vrije tijd doorbrengt. Turend met zijn varkensoogjes over de wijde weide, de steppe of de savanne...
Edoch, bij gebrek aan voldoende materiaal om genoeg neghers over te zetten naar onze Vlaamsche akkers, zullen wij ons moeten beroepen op een nog veel vuiler soort dier:
de Walen.
U weze gewaarschuwd.
Daar moet ik u toch een spaak in de spreekwoordelijke denk-wielen steken! Immers, Walen zijn het niet gewoon te werken, althans niet boven de grond alwaar den fieren Vlaeming vanover de taalgrens zijn scheve glimlach moet aanschouwen.
Nee, waar is de mooie tijd dat onze zuidelijke landbewoners grote delen van hun leven in de mijnen doorbrachten? Werkelijk een humanitaire zegen was het toen België's aangezicht minstens gedeeltelijk werd ontdaan van Walen, of zoals Caesar ze al heette: "Luiste aller Galliërs".
Als we dan al reservaten openen, stel ik voor meteen een paar schachten te graven waar Walen - u zal het zien - gezwind zullen inkruipen als mollen. Daar zijn ze nu eenmaal in hun element: diep onder de grond.
Ik nodig u dan alvast uit in mijn Chalet in de Ardennen, volledig Waal-proof!
Mijn beste,
u bent net in mijn mooi gestrikte val gelokt!
Die Walen zullen immers, voorzien van mijnlamp en met houtskool besmeurde kaken (zo komt den negher toch nog in de buurt!) inderdaad onze greppels betreden. Tot daar geef ik u gelijk.
MAAR. Het plan is net om deze Walen in te schakelen om de grond van onderuit te bewerken! Dicht bij de plantenwortels, waar zij eigenlijk thuishoren, zullen zij elke nacht de bloemen in onze tuinen een paar millimeter de hoogte in duwen!
Laten wij intussen in de ondergrondse gangen muziek klinken van pakweg Jacques Brel en Charles Aznavour, zal u merken dat de eens zo luie Waal plots een nieuwe energie ontdekt! Bossen zullen letterlijk uit de grond rijzen!
U weze wederom gewaarschuwd!
Voor de goede orde:
Heidi duldt geen racisische teksten op haar blog, en hoewel ze er niets aan kan doen zou ze de anoniemen willen vragen ofwel zich kenbaar te maken ofwel te stoppen met het spuien van neerbuigende commentaar op onze gekleurde en anderstalige medemensen.
Bedankt!
Een reactie posten