zaterdag 3 november 2007

Tobias

Was Tobias een man geweest, hij wist wel wat te doen
Met kettingen beladen alle vrouwen binnendoen
Gaan zuipen op café en niet gaan slapen voor de morgen
Maar Tobias was geen man, dus maakt u zich geen zorgen.

Was Tobias een vrouw geweest, dan een taaie en geen sloor
Zo één met tatoeages en met ijzer door haar oor
Met op haar jas de initialen van de motorclub van 't stad
Maar Tobias was geen vrouw, dus dat was dan weer dat.

Tobias was een kuddedier, zo één met heel veel wol
Het soort dat geile boeren durven pakken in hun hol
Maar niet bij Tobias, oh nee, al snoerde je hem de mond
Want Tobias was het stoerste schaap op heel het wereldrond.

Al bij zijn geboorte rezen er die bange stemmen:
Dat kleine schaap viel met geen mensenhand te temmen
Herders van over heel het land zweetten hun handen klam
Maar waren toch niet opgewassen tegen het ego van dat lam.

Toen Tobias wat ouder was, had iedereen het geweten:
Tobias was gevaarlijk: hij had zijn moeder doodgebeten!
De wildste verhalen deden de ronde op de eens zo kalme wei
Iedereen geloofde bèè per bèè wat stoere Tobias zei.

Natuurlijk zag de vacht van Tobias zo wit als fel opaal
Want zwarte schapen waren slaven, dat was voor hem normaal
Als hij dorst had moest hij enkel met zijn hoeven zien te knippen
En daar stonden al vier zwartjes om de drinkbak te verwippen.

In gezelschap van een eenzame en knappe ooi
Opende hij graag zijn mond voor een kus en een pleidooi
Tegen de dichtstbijzijnde bok riep hij dan met gemak
"Wacht maar tot ik vannacht in uwen drinkbak kak".

Tobias was echt ondraaglijk, een schande voor het vee
Maar op een mooie zomerdag zat het geluk de kudde mee
'k hoor in de verte schapen juichen, al is het maar heel kort
Want voor mijn neus ligt Tobias tussen de patatten op mijn bord.

Heidi.

1 opmerking:

Anoniem zei

zeer leuk episch gedicht! Joe Roxy had het niet beter gekund :)