vrijdag 7 november 2008

Heidi ontspoort

Heidi luisterde naar het nieuws vandaag. Dat ging ongeveer zo: ‘De vliegtuigtaks wordt ingetrokken.’ ‘De prijzen van de treintickets worden opgetrokken.’ ‘Het weer.’ Dat was dat. En toen ontspoorde Heidi.

Met de vliegtuigtaks ging het ongeveer als volgt: er was eens een regering. Toen die regering besefte dat het gat in de begroting groter zou zijn dan het gat in de ozonlaag als ze niet snel iets bedacht, bedacht ze snel iets. De vliegtuigtaks. Toen die er kwam, was er protest. Van Open Vld (die de taks zelf mee had goedgekeurd), en van de reissector (die de taks niet mee had goedgekeurd). Er was ook een dreigement. Van Ryanair. Als de vliegtuigtaks bleef, ging Ryanair. Dus ging de vliegtuigtaks en bleef Ryanair (en het gat in de begroting).

Met de treintickets ging het ongeveer als volgt: er was eens een Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Toen die maatschappij besefte dat het slecht bleef gaan, bedacht ze snel iets. Een oplossing: een Go Pass van 50 euro en een algemene stijging van de tickets van 5,9% vanaf februari. Een uitleg: de gestegen inflatie en de hoge energieprijzen van de voorbije maanden. Wanbeheer en ongebruikte Eurostar- treinstellen in verval moest ze niet meer bedenken. Die waren er al.

Met de mensen op vakantie gaat het als volgt: zij vliegen goedkoop naar Spanje.
Met de mensen op weg naar hun werk gaat het als volgt: zij sporen duur naar Brussel. Correctie: zij rijden goedkoop naar Brussel, zo las Heidi. Of toch 63,5% van de werkende mensen rijden naar hun job. 36,3% van hen zegt daardoor ook nog eens slechtgehumeurd op die job aan te komen. Dat ging als volgt: er was eens olie. Toen die bijna op was, schoten de prijzen de hoogte in. Tot ze kunstmatig weer naar beneden werden gehaald. Toen tufte iedereen opgelucht verder.

En Heidi, ze ontspoorde. Tussen alle vliegtuigen, treinen en auto’s door was er geen politicus of geen journalist te horen die het in de discussies had over het milieu. Niet over het blote gat van de regering, maar over het milieu! En niemand die het had over de vliegtaks in Nederland, alwaar het water de bevolking sneller naar het hoofd zal stijgen dan in België. En niemand die zei dat die taks daar milieubelasting heet. Nee, in vergelijking met hen zijn wij Belgen nog groen achter de oren, bedacht Heidi.

maandag 5 mei 2008

De verovering van de wereld

Als de herfst van mijn leven gekomen zal zijn, en samen met het haar op mijn hoofd het licht in mijn ogen zal uitgevallen zijn, zal ik beseffen dat de wereld niet te veroveren valt.
Tegenwoordig moeten we niet meer reizen om de wereld te zien: dankzij het Internet en de kunst van de fotografie kunnen we op enkele seconden tijd van Perth naar Kaapstad reizen en terug. Maar natuurlijk kan virtueel reizen niet opwegen tegen het ter plekke zijn. In mijn nog jonge leven heb ik niet eens de Europese grenzen overschreden, maar ik zag al meer landen dan er vingers aan mijn handen groeiden. En toch word ik maar al te vaak overvallen door een onlesbare dorst naar andere culturen, andere oorden, andere landen, andere continenten…
Zoals elke gezonde jonge geest is ook die van mij beladen met projecten en toekomstplannen. Landen die ik zeker wil bezocht hebben in mijn leven staan op een mentaal lijstje dat in een klein schuifje in een donker hoekje van mijn geheugen bewaard wordt. De aarde moet veroverd worden, elk continent moet gezien worden en elke geur die er bestaat moet opgesnoven en onthouden worden.
Maar hoeveel we ook zien, hoeveel we ook ruiken, proeven of weten, nooit zullen we de wereld kunnen veroveren. Altijd zullen er adembenemende plekken zijn die we nooit gezien zullen hebben, we nemen onze herinneringen mee ons graf in en worden voor onze laatste slaap ondergestopt met een deken van aarde dat we zelf nooit zullen hebben aangeraakt.
Een jonge geest heeft plannen nodig, en een rebelse koppigheid die roept dat de wereld wel gezien kan worden, dat alles wat we willen ook kan. Maar als de rimpels om onze oude lippen niet meer bij elke lach straktrekken, zullen we beseffen dat het niet kan. De wereld valt niet te veroveren.
Maar is dat dan nodig? Moeten we half de aarde rondreizen om een andere cultuur te vinden? Om een ander landschap te bewonderen? Als we om te beginnen allemaal eens even onze ogen zouden opendoen, vinden we wat we zoeken misschien ook wel in onze buurt. Het volstaat om je open te stellen voor de poëzie van het alledaagse: een windmolen of een koeltoren in een lege akker, de textuur van de stenen waar we op lopen, de Arabische tekens die van op de kruidenwinkel-etalage de straat toelachen, de frituur naast het Turkse eethuis,…
Als je maar wil, kan je een hele wereld aan kleuren, klanken en culturen herkennen in de straten die je anders met de blik naar de grond toe doorloopt. Zo is de wereld toch een beetje veroverd, en gevangen gezet in zowat iedere grote straat in iedere stad. Een klein beetje buitenland in het binnenland is niet buitengewoon. De poëzie daarvan inzien is dat des te meer.
Heidi
____________________________________________________________

woensdag 23 april 2008

Heidi schreef een brief

Beste gezinsactivisten

U deed Heidi even schrikken met uw hevige reactie op de nieuwe campagne tegen discriminatie van holebi’s van minister Van Brempt. In een land waar het huwelijk en het recht op abortus voor holebi’s in de wet staan, tapt u van Actie Gezin nog steeds uit een radicaal ander vaatje. Laat Heidi samen met u uw bezwaren tegen de campagne ‘F*ck holebi’s en hetero’s – ik ben tolero’ overlopen.

Ten eerste schokt het u dat een overheidscampagne aanzet tot seksuele losbandigheid. Zolang die losbandigheid met wederzijdse toestemming plaatsvindt en veilig gebeurt, is zij volgens Heidi op zich nochtans geen probleem. Toch heeft Heidi er enig begrip voor wanneer u het niet de taak van de regering vindt dit gedrag te promoten. Alleen gebeurt dat nergens.

‘f*ck’, beste aanhangers van Actie Gezin, hoort u niet letterlijk te lezen. ‘f*ck’ is een woord dat oorspronkelijk uit de jongerentaal komt en inmiddels in ‘Van Dale Hedendaags Nederlands’ staat. Het wijst op het feit dat de spreker het ergens niet mee eens is. Het betekent ‘weg ermee’, ‘hier sta ik niet achter’.


Het betekent niet: neuk elkaar buiten het huwelijk zonder de bedoeling er kinderen aan over te houden. Paradoxaal genoeg kan men bijvoorbeeld zeggen: ‘f*ck het celibaat’. In het geval van de campagneslogan betekent het: ‘laten we ermee ophouden in holebi en hetero te denken, ik ben tolerant ten opzichte van iedereen, los van seksuele geaardheid’.

Ten tweede moedigt de campagne volgens u HIV-besmetting aan. Dit misverstand van uwentwege is, zo maakte u achteraf duidelijk in verschillende media, te herleiden tot het eerste misverstand. Holebi’s vrijen losbandig en zijn daardoor allemaal HIV-positief. Sta Heidi ook hier een paar correcties toe. Heidi’s suggestie is dat u een kleine zoektocht onderneemt naar de globale cijfers van HIV-besmettingen. Het zal u opvallen dat een oorzaak-gevolg relatie tussen holebi’s en HIV-besmettingen daar niet uit af te leiden valt.


Kijkt u nu eens naar de landen met het hoogste aantal besmettingen. Valt het u ook op dat deze landen de goeie raad van het opperhoofd van Actie Gezin, meneer de Paus geïnstitutionaliseerd hebben en condooms er des duivels zijn? Want, laat Heidi het u nu maar verklappen, een HIV-besmetting loopt men op door onveilig te vrijen, al dan niet in losbandige homoseksuele contacten.

Verder doet uw verklaring bij de gehele holebibeweging een luid alarm afgaan. De attente luisteraar hoort immers hoe u impliciet beweert dat homoseksualiteit een ziekte is. Toegewijd als u bent, twijfelt Heidi er niet aan dat u reeds op zoek bent naar het ultieme medicijn. Naar Heidi vermoedt zal dat de vorm aannemen van ‘het natuurlijke gezin’, ‘gebouwd rond de complementariteit van man en vrouw’ dat u op uw website promoot. Fijn, maar toch bedankt.

Ten slotte hebt u het, wanneer het u in een inhoudelijke discussie te heet onder uw voeten wordt, over de stijl van de campagne. Mag Heidi daaruit afleiden dat u met de ‘Ja en dan-campagne’ van toenmalig minister van Gelijke Kansen Mieke Vogels in 2001 geen probleem had? De slogan luidde immers braafjes ‘holebi of hetero, het verschil zit hem in de vooroordelen’. Misschien kan u op deze slogan terugvallen als de huidige, die exact hetzelfde wil zeggen, u nog eens verwart.

Heidi had het eerder over het woord ‘f*ck’. Dat sluit in deze campagne volledig aan bij de doelgroep waarvoor ze bedoeld is, namelijk 15 tot 18-jarigen. De stijl is duidelijk en to the point. Het draagt bij tot openheid en een klimaat waarin discussie mogelijk is.


Het is deze stijl van campagnes die nodig zijn in landen waar HIV-besmettingen hoog oplopen. Het is deze stijl die nodig is om u uit uw kot te lokken en Heidi en anderen wakker te schudden. U toonde met uw reacties pijnlijk scherp aan hoezeer deze tolerantiecampagne anno 2008 in België nog steeds nodig blijkt.

Mijn innige deelneming
Heidi

Meer info?
http://www.actiegezin-actionfamille.be/index.asp
http://www.weljongniethetero.be/viewtelex.asp?id=3648

vrijdag 14 maart 2008

Alleen in België

Heidi woont graag in België, dat moet gezegd. De frietjes, de verschillende talen, de communautaire problemen, de regering die maar niet geboren wil worden: het zijn maar enkele van de vele dingen die haar aanspreken in wat eigenlijk – laat ons eerlijk zijn – de grootst uitgevallen stad ter wereld is.

Hoewel Heidi natuurlijk oorspronkelijk uit het gezellige Tirol afkomstig is, staat haar tweede wieg fier te glunderen in ons heerlijke Belgenlandje. Hoe dikwijls zegt Heidi immers niet “dit kan alleen in België”?

De ontsnapping van Marc Dutroux, de affaire ‘Waar is Diri?”, de lange politieke crisis, het debatteren over de taal van verkeersborden, Michel Daerden, het humorgehalte van het nationale voetbal,... Al deze dingen kunnen volgens haar ‘alleen in België’.

Laat dat nu net de naam zijn van een publiciteitscampagne die ons landje moet promoten in het buitenland. Vanaf het moment dat de Amerikanen denken dat Belgium een provincie is in Nederland, zijn we inderdaad toe aan een beetje reclame. Het is niet omdat we klein zijn, dat we ons zomaar in een hoekje moeten laten dringen, meent Heidi.

‘Only in Belgium’. Een dertig seconden durend filmpje dat op CNN en BBC wordt uitgezonden om investeerders aan te moedigen wat geld in België te pompen. Ook Zuid-Azië krijgt vanaf vandaag te zien dat het stipje op de wereldbol met zijn drie talen, gemeenschappen, gewesten en de meest ingewikkelde staatsstructuur van het hele zonnestelsel meer te bieden heeft dan enkel mosselen en bier.

‘Boegbeelden!’, denkt Heidi. Boegbeelden zijn nodig om dat verkocht te krijgen! Grote Belgen hebben we nodig om te figureren in het spotje, kwestie van onze geloofwaardigheid als hippe natie iets groter te maken. Dirk Frimout? Pater Damiaan? Eddy Wally? De poel is groot, de tijd is kort. In Heidi’s plaats kozen de makers van de spot onze grote boegbeelden uit. Amerikanen, Aziaten en andere mogelijke investeerders krijgen beelden te zien van... Magritte, Adolphe Sax en Lucky Luke.

Heidi zegt ‘hmmmm’. Adolphe Sax. Heidi zegt ‘hmmmm-er’. Lucky Luke? Heidi zegt ‘hmmmm-st’. Als – áls – er dan al een stripfiguur ons land moet vertegenwoordigen, waarom dan niet één die tenminste een béétje wereldwijde bekendheid heeft, zoals Kuifje? Niet erg overtuigend allemaal.

Reclame maken voor wie we zijn: okee. Reclame maken voor wie we niet zijn: niet okee. Maar ach, Heidi knijpt voor het goede doel wel gauw een oogje toe. En dat de drie referenties allemaal een Franstalige oorsprong hebben, daar zal ze ook maar niets over zeggen. We leven tenslotte in een land waar alles kan. Maar wel alleen in dit land. Only in Belgium.

www.invest.belgium.be

vrijdag 29 februari 2008

Help!

Heidi vindt het wel gezellig om lezen, de helprubriekjes in de doordeweekse vrouwenblaadjes. Onbekende vrouwen, bijgestaan door een enkele man, kunnen levensvragen die ze maar niet op een andere manier opgelost krijgen (‘wanneer mag ik weer vrijen na een bevalling?’, ‘hoe raak je van nagelbijten af?’, ‘waar kan ik rolstoeldansen?’) door het blad laten oplossen.

Psychologe Linda Symons buigt zich met haar team over jouw problemen”, is de hoofding van de helpdesk in het immer helpende weekblad
Flair. Een foto van Symons met een schaapachtige lach maar toch een pientere blik moet de lezers vertrouwen geven in de psychologe. Wat een geluk trouwens dat een psychologe weet waar je kan rolstoeldansen, of hoe je een zogenaamde strapless dress moet aandoen! Of zou dat de taak zijn van Symons’ onweerlegbaar professioneel team?

Het fenomeen van de geschreven‘helpdesk’ is natuurlijk niet nieuw, wie herinnert zich immers niet de dikwijls erg gepeperde maar vaak ook bevreemdende vragen in verband met curryworsten en afgebroken flessenhalzen die het jeugdblad
Fancy sierden en het de naam en faam gaven die het nu nog steeds met trots draagt? Ook Joepie was een ster in het oplossen van dergelijke onoplosbare levensvragen.

Heidi wil al lang zelf eens een vraag stellen aan dergelijke hulpverleners, maar vindt jammer genoeg de tijd niet om hen een gele briefkaart te sturen. Vragen als ‘hoe knip ik al hinkelend mijn teennagels terwijl ik met mijn linkerhand een glas lauwe melk wil drinken met op de achtergrond de nieuwe cd van Britney Spears?’ kwellen haar brein immers al lang. En steeds hangt Heidi vol lauwe melk.

Wat echter een nieuwe trend is in de helpdesks uit de ‘boekskes’ is het kleine kadertje ‘oproep’ dat tegenwoordig te pas en te onpas opduikt. Wanhopige mensen kunnen nu ook een oproep naar de bevolking plaatsen, indien ze er van uit gaan dat de psychologe van dienst hen, ondanks het professionalisme, toch niet zal kunnen helpen.

Zo werd Heidi’s
Flair-lectuur onlangs opgeschrikt door het kadertje ‘oproep’ waarin een vrouw kloeg over overbeharing. “Ik heb zelfs donkere beharing op mijn borsten. Weet jij hoe dit voelt en kon jij de schaamte overwinnen? Hoe raak ik er van af?”, schreef de lezeres in een wanhopige klaagzang naar de wereld der Flair-lezeressen. Symons kon niet antwoorden en schoof de vraag door naar de andere lezeressen. Even werd het Heidi te veel. Heidi kon de harige vrouw niet helpen. Nog minder wist ze hoe het voelde donkere haren op haar borsten te dragen.

Als psychologen niet meer kunnen helpen een oplossing te vinden voor
Flair-vragen is de hoop verloren, meent Heidi. En liever wil ze zich niet verantwoordelijk voelen voor de schoonheidsproblemen van andere vrouwen. We kunnen dus beter Linda Symons laten voor wat ze is. Kan ze meteen met haar schaapachtige lach en haar pientere blik uittesten of zij de lauwe melk wel in het glas kan houden.

dinsdag 29 januari 2008

Heidi huurt bij Freeliving

Het was Heidi al opgevallen: her en der in Gent duiken bordjes op van het nieuwe immobiliënkantoor Freeliving. Met de leuze “ruime keus voor elke beurs” een frisse nieuwkomer op de woonmarkt, dacht Heidi vrolijk. Groot was haar blijdschap toen ze merkte dat Freeliving het oude belastinggebouw aan de Poel verhuurde. Het gebouw stond al jaren leeg. Roma hadden er kort hun intrek genomen, maar die had de stad er snel weer uit gezet. Was het gebouw weer rustig op zichzelf.

Toen Heidi zondagochtend voor niet-promiscue doeleinden door het Citadelpark wandelde, bleek ook dat tot het aanbod van Freeliving te horen. Wel wel! Thuisgekomen (ja, Heidi heeft een huis) surfte Heidi als de bliksem naar de website van de immo. Wat een aanbiedingen, wat een prijzen! Heidi houdt van avontuur en buitenlucht en kon amper kiezen tussen de talrijke mogelijkheden die aan haar smaak voldoen.

Uiteindelijk viel haar oog op een “riante overkapping vlakbij invalsweg naar Gent Centrum”. Vooral de “aansluiting naar de E17 en regelmatige treinverbindingen” trokken Heidi aan. Eens een reiziger, altijd een reiziger. Verder waren er “meerdere slaapgelegenheden” (perfect! Heidi is graag gastvrij) en “parkeergelegenheid” (stimulerend! Heidi leert autorijden).

Heidi probeert nu haar huisgenoten te overtuigen te verhuizen. In tussentijd neemt ze zelf alvast haar intrek in een Freeliving cardboard bivacbox!

Meer info: www.freeliving.be

maandag 28 januari 2008

Heidi vindt natuurreservaten zielig

Het woord 'natuurreservaat' klinkt menig stadsmens licht exotisch in de oren. Zo ook bij Heidi. Het woord roept bij haar connecties op met de woorden 'bloemen', 'wandeling', 'laarzen', 'moeras', en als ze in een redelijk lyrische bui is zelfs 'vegetale schatten'. Zo denkt ze aan haar wandelingen in het Zwin van jaren geleden terug als ware het een bergtocht in een ongerepte natuur, waar zowel zeewier als eetbare planten en vreemde vogels als "kluuten" (ook wel dialect voor een iets viezer vogelonderdeel) voorkomen. Een natuurreservaat is voor velen onder ons een oase van anders ontoegankelijke groenheid.

En toch is het met al deze mensen - inclusief Heidi - eigenlijk zielig gesteld. We beschouwen het enige waaruit de aarde enige duizenden jaren geleden bestond als iets uitzonderlijks, iets exclusiefs. Natuurreservaten zijn niet hip en tof, ze zijn zielig. Ze zijn zielig omdat de natuur niet in een reservaat zou moeten zitten, maar de grens van de vaak houten paaltjes zou moeten overschrijden.

Met het fenomeen van natuurreservaten hebben we zonder het zelf te beseffen het tijdperk van de toekomst ingeluid. Een tijdperk waarin Heidi, vergezeld van haar schatten van kinderen, naar het Zwin zal gaan, als ware het een pretpark. Een natuurlijk attractiepark dat toont hoe de wereld er uit zou moeten zien. We proberen de natuur te redden door ze op te sluiten, en bouwen achter de palissades ontelbare blokken uit gewapend beton.

Niet dat Heidi hier plots dé oplossing zal placeren. Heidi moest enkel even terugdenken aan haar lessen geschiedenis uit het middelbaar. Het woord 'natuurreservaat' klinkt immers even vertrouwd in de oren als het woord 'indianenreservaat'. Dat soort reservaten, dat nog steeds bestaat trouwens, isoleert de eerste inwoners van Amerika temidden van dikke Uncle Sam-nekken en degradeert hun wigwams tot bouwwerken die je kan maken met een stevige Stars 'n Stripes. De nog overgebleven Indianen zijn enkel nog een metafoor voor de natuur zoals we ze nu nog kennen in de gemiddelde onmiddelijke stadsomgeving.

Het woord 'natuurreservaat' klinkt menig stadsmens exotisch in de oren. Zo ook bij Heidi. Maar in Heidi's oren heeft het woord 'exotisch' een vergankelijke bijklank. Onze aarde is immers met uitsterven bedreigd.

zaterdag 12 januari 2008

Tips om een naaste te doden

Heidi is een vredelievend mens. Een vlieg kan ze nog net kwaad doen, vooral ’s nachts, maar verder dan dat zal ze nooit gaan. Altijd probeert ze vriendelijk te zijn tegen iedereen in haar omgeving, al is dat niet altijd even makkelijk. Natuurlijk kan Heidi zich irriteren aan mens en dier, maar steeds in beperkte en algemeen aanvaarde mate.

Heidi weet dat er mensen zijn die daar anders over denken. Mensen die bij de minste tegenslag of ruzie wel eens agressief kunnen worden. Mensen die de grens van aanvaardbaarheid niet kennen, en die daarom soms op drastische en verregaande wijze overschrijden. Gevoelige en even vredelievende lezers en lezeressen als Heidi surfen op dit punt best even naar de Studio 100-site. Heidi gaat vieze verhalen vertellen. Heidi gaat vertellen tot wat het dier ‘mens’ in staat als er iets mis is in de controlekamer.

In de categorie ‘gruweldaden met een microgolf’ kan de mens best inventief zijn. Wat zou een kat geworden na een minuutje of zes in een microgolfoven? Iedereen vraagt het zich vast af, maar slechts enkelen proberen het ook echt uit. Na de hot dog, de hot cat. Of mensen die door de duivel bezeten zijn, en die hun hand met een cirkelzaag afsnijden om ze dan met de nog overblijvende hand in de microgolf te stoppen. Weg duivel. Zo simpel is dat. Zieke mensen...

Nog inventiever echter zijn mensen die na een echtelijke ruzie op zo origineel mogelijke manier hun partner uit de weg willen ruimen. De partner in stukken snijden lijkt Heidi na enig opzoekingswerk een bijzonder populaire manier om jezelf van je levensgezel te kwijten. Een Zweedse man van 63 werd opgepakt nadat er in zijn huis overal organen en ledematen van zijn vrouw gevonden waren. Maar die man was niet erg inventief geweest om de brokstukken te verbergen.

Een Amerikaanse man had een iets origineler idee: na zijn 21-jarige vriendin in stukjes te snijden (het klinkt bijna gezellig op die manier) had hij er niets beter op gevonden om de stukjes te koken en die nadien bij een gezellig kaarsje op te eten. Jammer genoeg werd zijn tête-à-corps vroegtijdig onderbroken door de politie, die op de keukentafel een vork met een vreemde vleessubstantie en op het vuur een “pruttelend potje met daarin een oor” vond. Mjamie.

Maar een hele mens opeten lijkt Heidi onbegonnen werk. Heidi is nu eenmaal geen grote eter. En een oor lijkt haar zo taai. Misschien wordt het wel zachter in de microgolf? Maar we dwalen af. Er moet een betere manier zijn om de stukken mens kwijt te geraken. En een 52-jarige vrouw uit Düsseldorf had die bijna gevonden. Ze sneed haar man in stukken – tot zover niets wereldschokkends – maar loste daarna de stukken op in bijtend zuur en spoelde haar echtgenoot vlotjes door het toilet. De buren hoorden op de avond dat de man verdween de hele avond het toilet doortrekken.

Heidi is van mening dat bovengenoemden allen zieke mensen zijn. Een beetje menslievendheid kan nooit kwaad, meent ze. En als je dan toch je partner wil vermoorden, zorg er dan tenminste voor dat er geen sporen meer zijn! Los het probleem letterlijk op, zoals de Duitse vrouw of bereid een warme maaltijd zoals de Amerikaanse man, maar eet dan tenminste je bord leeg!

woensdag 9 januari 2008

Heidi kocht 'mannenschoenen'

Heidi baant zich een weg langs de etalages. Schreeuwerige stickers en plakkaten propageren de koopjesperiode. Een opbod van percentages moet de consument overtuigen producten aan te schaffen die hij al dan niet nodig heeft. Heidi is echter vastbesloten zich niet van haar doel te laten afleiden: een nieuw paar schoenen kopen.

Snel loopt
ze in en uit de schoenenwinkels. Een overaanbod aan lompe en minder lompe laarsjes en schoenen die verwant lijken aan ballet stemmen haar somber. De schoenen die Heidi prikkelen, blijken keer op keer te bestaan vanaf maat 41. Maar op zo’n grote voet leeft Heidi niet.

Net wanneer de wanhoop Heidi onder de voet dreigt te lopen, wordt
ze verblind door een uitzonderlijke schoonheid. Daar, achter een raam, staat een prachtpaar schoenen, met karakter, stijl en de nodige humor. Heidi draalt en stapt de schoenenwinkel binnen. De verkoopster begroet haar. Ze zijn alleen in de winkel. Heidi schuifelt richting de schoen van haar dromen en betast hem schroomvol. Binnenleer, bonkt haar hart wild! Maar hij is zo groot, bonkt het nog wilder!

Heidi besluit de teleurstelling in de kiem te smoren: “U hebt deze schoenen waarschijnlijk pas vanaf maat 41?”. “Dat zijn mannenschoenen!” weet de verkoopster
haar verontwaardiging met moeite te onderdrukken. “Ja, dat weet ik, maar vanaf welke maat hebt u ze?”. De situatie is nu een beetje gespannen. De verkoopster neemt Heidi op van top tot teen. “39”, geeft ze met tegenzin toe.

Heidi draait de schoen nog een paar keer om en waagt het de verkoopster
haar stock in te sturen op zoek naar het begeerde paar. “Ga maar zitten” zegt ze nu met iets zachts in haar stem. Wanneer ze terugkomt met de doos in haar handen speelt een betoverende glimlach om haar lippen. Het heeft haar wat tijd gekost, maar eindelijk is het besef doorgedrongen dat Heidi een potentiële klant is.

“De linker-of rechterschoen?” “Euh…dat is om het even.” Heidi wil het liefst de twee schoenen ineens. Zoals bekend zijn geen twee voeten hetzelfde. Maar wellicht is de verkoopster bang dat Heidi het op een lopen zal zetten. Heidi trekt
haar gympen uit. “ Op één schoen hinkt ze naar de spiegel.

Ze zou nog altijd kunnen zeggen dat de schoenen voor een vriend zijn, of voor toneel. Maar Heidi zegt helemaal niks. Deze schoenen zullen de hare zijn! Terwijl ze eindelijk ook de tweede schoen mag aanpassen, praat de verkoopster vrolijk over het weer en over de schoenen die toch eens wat anders zijn. Heidi beaamt volmondig, loopt een paar heen en weer. “Ik ben verkocht” laat ze weten, “en de schoenen ook!”

Heidi trekt
haar vuile gympen met gaten weer aan. De blik van de verkoopster glijdt omlaag. “Als je wil, mag je de nieuwe direct aanhouden hoor.” Heidi apprecieert het dat de verkoopster haar voor de schaamte van haar schoenen wil behoeden, maar bedankt. Met die schaamte kan ze vanaf nu maar beter leren leven, nu ze gauw met mannenschoenen de straat op moet…

woensdag 2 januari 2008

Eindejaarssfeer

Eindelijk. Eindelijk zijn ze voorbij, die vuile feestdagen. De kerstsfeer werd op deze blog al zwaar psychologisch toegetakeld, u kan geloven dat Heidi meer dan blij is dat de kerstbomen en -kransen nu in een toegespijkerde kist onder de bevroren zoden gestopt kunnen worden.

En toch was deze Kerst misschien anders dan alle andere Kersten daarvoor. Heidi had zelfs soms de indruk dat het haar meezat, dat één of andere bovennatuurlijke kracht haar wilde helpen om die hele nietige kerstsfeer op alle mogelijke manieren en in de kleinste details te doen mislukken. Zo leek het althans toen Heidi de krant kocht en las wat er rond de eindejaarsfeesten al niet fout kan gaan.

Zo was er het verhaal van de Russische vrouw die de spoorweg wilde oversteken, maar moest wachten op de voorbijrijdende trein. Tijdens het wachten leunde ze tegen de ijzeren slagboom… en vroor eraan vast. De slagboom moest worden afgezaagd en de vrouw moest op een warme plek gaan ontdooien van haar nieuwe aanwinst. Of hoe de eindejaarssfeer kan terugbijten.

Of die ene Amerikaan die op Kerstavond nog even wou checken of er nog plek genoeg was in zijn beerput, waarschijnlijk omdat hij een copieus maal ging voorschotelen. Na iets te ver over de septische put te zijn gebogen, u raadt het als geen ander, viel de man recht tussen wat ooit tot hem behoorde. Een woord als ‘pardoes’ lijkt me niet overbodig. Aangezien de put redelijk diep was, en de uitwerpselen hem aan de lippen stonden, kon hij de deur niet opendoen voor zijn gasten en vierde hij noodgedwongen zijn kerstavond zwemmend tussen zijn bruine vrienden. Of hoe de eindejaarssfeer grinnikend uit een hoekje toekeek.

Of dat mooie verhaal van bij onze vriendelijke Noorderburen. Aangezien voor velen de kerstsfeer gepaard gaat met sneeuw en ijs, hoewel er in geen jaren geen sneeuw of ijs meer geweest is, gaan vele kerstfans ook met graagte kijken naar alles waar “on ice” achter komt. “Holiday on ice”, “Disney on ice”,… Bij de Nederlanders kennen ze nu ook “Arren on ice”. Dat bekt niet alleen vreselijk moeilijk (arrenonaajs), Heidi gruwelt al bij de gedachte van paarden en karren op het ijs. Maar ook hier werd een stokje voorgestoken: daar de paarden nog een generale repetitie gehad hadden vlak voor het grote optreden, kon de grote “Arren on ice”-show niet doorgaan wegens een ijsbaan vol paardenstront. Weer Kerst en stront. Of hoe de eindejaarssfeer de Nederlanders bij hun nekvel grijpt.

Nog een kerstverhaal? Wat denkt u van de huiselijke twist die een zoon en zijn moeder hadden rond een kerstcadeau dat niet in de smaak viel? De jongen ging zijn moeder te lijf met een T-Bonesteak van anderhalve kilogram. Wat een geluk dat de moeder geen gevulde kalkoen gemaakt had, dacht Heidi. Of hoe de eindejaarssfeer je gewoon in je gezicht uitlacht.

Heidi zou nog kunnen vertellen over foute kerstcadeaus, over het dichtslibben van de Hollandse riolen door het doorspoelen van frituurolie tijdens de kerstdagen, over hoe in Australië een kerstman dronken en in purperen string in de riool gevonden werd, maar dat zou ons uitweiden. Heidi moet immers iets bekennen.

Iets, één ding uit de lange lijst lachwekkende kerstrommel die Heidi in de krant las, is haar bijgebleven. In positieve zin. Een man uit de Amerikaanse staat Oregon stuurde zijn vrienden en familie een kerstkaart, uit de hemel. Chet Fitch was twee maanden voor Kerstmis gestorven, en stuurde op 25 december toch 34 handgeschreven kaarten naar zijn vrienden en familie, met ‘de hemel’ als afzendadres. Samen met zijn kapster had hij het plan gesmeed om na zijn dood zijn dierbaren nog een laatste maal te verrassen met een lief woordje. De kapster stuurde de kaarten op in zijn naam, zonder dat de ontvangers van iets wisten. Op de voorkant van de kaarten staat een foto van Chet, dansend met zijn vrouw Jessie, die in 1995 stierf.

Of hoe de eindejaarssfeer Heidi toch één kriebel heeft weten geven.

zaterdag 15 december 2007

Kipfilet

De meeste mensen, waaronder Heidi, gebruiken kipfilet om in de pan te bakken en op te eten. Heidi dacht dat dit veruit de enige manier was om kipfilet te gebruiken. Heidi is dan wel een supermens, ze blijft een mens. En mensen vergissen zich wel eens.

Kipfilet, lieve lezer, kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden. U bent nu ongetwijfeld een mentaal lijstje aan het aanleggen met de verschillende utilisatiemogelijkheden van de ordinaire kipfilet. Wat bedoelt die dekselse Heidi toch?

Ik hoor u tot hier denken: waarvoor kan je kipfilet nog gebruiken? Als wierookstaander? Om het zadelleed te verzachten? Als hoofddeksel wanneer het regent? Mits enige elektronische wonderen als nachtlampje? Nee, vrienden, nee.

Kipfilet heeft een functie die niemand verwacht zou hebben. Zelfs Heidi niet. Hou u vast.

De bonzen van Armani Underwear hebben David Beckham kunnen strikken als model voor hun nieuwe reclamecampagne. Als een echte adonis ligt hij met een verleidende blik en weinig omhulling naar de lens te kijken. Met een broek vol geslachtsorgaan? Vol goesting? Inderdaad, vol KIPFILET.

Kwatongen beweren immers dat het een algemeen aanvaard gebruik is om bij ondergoed-fotoshoots de mannelijke slip op te vullen met allerhande, om de inhoud nog weelderiger aan elk bushok te kunnen laten prijken. En Beckham zou kipfilets bij zijn kleine David gestoken hebben om de vrouwen net iets langer in de ban te houden.

Of iets anders natuurlijk. De tongen zijn zo ‘kwa’ dat men het zelfs op de borstimplantaten van zijn vrouw Victoria wil steken. Dat zou pas een erotische reünie in een Armanislip zijn! Maar genoeg gespeculeerd, Heidi wil immers maar al te graag geloven dat het kipfilet is die de broek vult.

Heidi zelf wacht al ettelijke jaren op een uitnodiging om het lichaam in een ondergoedcampagne te worden. Tevergeefs. In afwachting van die aanbieding kijkt ze met lede ogen toe hoe de kipfilet in kwestie binnenkort recordbedragen zal kloppen op E-Bay.

dinsdag 4 december 2007

Heidi roept op tot samenscholing

Heidi weet precies waar ze nu donderdag om 13u30 zal zijn. Nu donderdag om 13u30 zal Heidi aan het Noord station in Brussel zijn. Samen met vele andere Heidi’s zal Heidi deze donderdag om 13u30 aan het Noord station een samenscholing veroorzaken. Nu het nog kan.

Volgend jaar zullen samenscholingen immers een uitzonderlijk verschijnsel zijn. Dankzij minister Vandenbroucke zullen er namelijk steeds minder mensen samen op school zitten. Dankzij de nieuwe manier die minister Vandenbroucke bedacht heeft om zijn geld aan hoger onderwijs uit te geven, zijn er binnenkort misschien helemaal geen geschoolden meer!

Want, zo vindt minister Vandenbroucke, wie wil studeren moet heel rijk en heel slim zijn. Hoe zorgt minister Vandenbroucke (die zelf een slordige acht jaar studeerde) ervoor dat enkel wie heel rijk en heel slim is nog kan studeren?

Heidi grabbelt even in de ton van ministeriële aanpassingen. Wordt bovengehaald: een master na master! Te betalen: van 5600 tot 25000 euro. Wordt bovengehaald: een bisser! Te betalen: dubbel inschrijvingsgeld. Wordt bovengehaald: een allochtoon! Te betalen: niks (er is geen extra geld voor de doorstroom van kansengroepen voorzien, dus de meerderheid zal nooit aan een opleiding beginnen).

Nog iemand die net zoals Heidi meer kennis beoogt? Dat die donderdag dan samen met haar betoogt!

Heidi

Meer info? Surf naar
http://www.vvs.ac/axie

vrijdag 30 november 2007

Verboden te verbieden!


Heidi is heel wat gewoon. De levensnormen en de haar omringende maatschappij hebben er door middel van gewenning voor gezorgd dat ze van niet veel meer een bevreemdend gevoel krijgt. Heidi is er zelfs van overtuigd dat zonder onze blauwe arm der wet en strikte regels de hele wereld in nog een sneller tempo naar de verdoemenis zou suizen.

En dus kijkt Heidi niet meer op van een bordje ‘Verboden te roken’ meer of minder. Heidi rookt immers niet. En restricties zijn belangrijk om iedereen te vriend te houden, meent ze.

‘Verboden de dieren te voederen’ in de zoo of in een kippen-rijk park (en zo zijn er meer dan u denkt, deze dagen in het Brusselse) vindt ze niet meer dan normaal. Die dieren moeten immers voor zichzelf zien te zorgen, en als men dan toch broodkorsten over heeft, Heidi kan ze gebruiken. Oók om broodpudding te maken, lieve lezers, óók daarom.

Duizend en één verbodsborden komen we elke dag tegen op de openbare weg en daarnaast. En al die regels en normen en waarden en verboden zijn zo in onze gewoonten ingebakken dat we als het ware op automatische piloot zouden kunnen leven. Leven, ja. Want dat is het enige dat men ons niet door middel van een verbodsbord kan afnemen.

Dacht Heidi.

In de Zuid-Franse gemeente Cugnaux is sinds vorige week echter het tegendeel bewezen. Als ware het een poster van een lokale karaokewedstrijd hangt er in Cugnaux een papier aan het stadhuis waar op geschreven staat ‘Verboden te sterven’.

Pech voor de gemiddeld 60 mensen die per jaar de geest geven in het dorpje. Ze zouden nog eens moeten proberen! ‘Overtredingen worden streng bestraft’, gaat de tekst verder.

Enkel mensen die over een familiegraf beschikken krijgen van de burgemeester nog de exclusieve toestemming om een ticket te boeken naar de eeuwige jachtvelden. Heidi fronste haar wenkbrauwen zo hard dat ze dacht dat het vel op haar voorhoofd een eigen leven zou gaan leiden. Maar natuurlijk ging het om een grap. Een grafgrap.

De burgemeester wil namelijk de aandacht vestigen op het feit dat het dorp geen plek meer heeft om haar inwoners te begraven. Het enige terrein dat nog dienst kan doen als begraafplaats grenst aan een munitiedepot van het leger, en daar mag wegens ontploffingsgevaar nu eenmaal niet gebouwd worden. Toen Heidi haar ogen sloot en stukken beenderen en vel van oude Franse petanquers de lucht in zag vliegen, begreep ze waarom.

De wereld loopt zo vol met mensen dat er binnenkort geen plek meer zal zijn om iedereen onder de zoden te stoppen. Ook een verbod op sterven was dus wel te verwachten, dacht Heidi achteraf in haar nadenk-zetel. Nu, bijna veertig jaar na mei ’68, nog een verbod op verbieden en we zullen alles wel gehad hebben.

vrijdag 16 november 2007

Heidi nam de bus

Aan de buschauffeur die mij op dinsdagochtend om zeventien na zeven liet smeken om de deuren open te doen terwijl hij twintig meter voor zijn halte tergend lang voor het rood licht stond en toen genadeloos doorreed,

Waar denkt u dat een jonge vrouw op zo een ontieglijk vroeg uur naartoe reist? Waar gaat het heen? Wat maakt dat ze sprint alsof de duivel haar op de hielen zit? Gaat ze naar haar geliefde? Naar een wild en onbehoorlijk drugsfeest? Een orgie misschien?


Fout, beste buschauffeur. Heid was op weg naar school. Heidi worstelde met dekbed, onderbroek, cornflakes en tandenborstel. Heidi werd op de hielen gezeten door plichtsbewustzijn. Dus sprintte Heidi.

Heidi zag uw bus van 7u18 die zo mooi 'St Pieters Station' blokletterde van ver staan. Heidi sprintte namelijk in rechte lijn. Toen Heidi besefte dat de lichten op het kruispunt het welslagen van haar sportieve actie zouden bepalen, zette ze een laatste keer alles op alles.

Ze raasde over de drievaksbaan, de rode lichten plichtsbewust negerend. Ze wist immers dat u met uw warme bus op uw beurt voor de rode lichten kwam te staan. Op twintig meter van uw halte. Heidi was gered!

Hijgend stond Heidi nu naast uw bus. U schudde het hoofd. Heidi heeft geen probleem met mensen met een tic. Ze vouwde de handen samen, maakte een lichte buiging en deed toen de armen als toegeeflijk openplooiende busdeuren breed uit elkaar.

Uw tic kwam terug. U schudde nogmaals het hoofd. U schudde niet alleen het hoofd, u reed door. Zomaar door het groene licht. U liet Heidi achter, ongeloofwaardige blikken uitwisselend met haar bijna-medepassagiers.

Beste buschauffeur, het is niet dat Heidi u nu toewenst dat u een platte band krijgt. Ook zal Heidi zich niet beter voelen wanneer u komt vast te zitten in een monsterfile en uw tussen uw stuur draait.


Ze hoopt zeker niet dat u gelyncht wordt door agressieve passagiers. Maar toch wil ze u waarschuwen dat u met uw huidige dienstverlening een hoog risico loopt.

mvg
Heidi

PS: Mocht het u interesseren: op dinsdag ging Heidi naar het station met de fiets. Die fiets had twee platte banden. Heidi haalde haar trein want die had vertraging. Niet iedereen is er even vroeg bij dan u.

zondag 11 november 2007

Hij komt! Hij komt! (Hou hem tegen!)

Gezellige witgesneeuwde straten, gluhwein in de linkerhand en kerstmuts op het hoofd. De sfeer van vrede die de lichtgevende rendieren in ieders voortuin en de neppe kerstmannen aan ieders gevel uitstralen…
Okee, laten we maar eerlijk zijn: Heidi haat de hele kerstsfeer. Nooit heeft Heidi iets harder gehaat dan het 'doen alsof' dat bij Kerstmis komt kijken: doen alsof iedereen je beste vriend is, doen alsof er voor vijf minuten vrede is op de hele wereld, doen alsof die belachelijke versiering enige ‘meerwaarde’ zou geven aan het hele gebeuren…

Niet alleen heeft Heidi een hekel aan de meligheid die kerstbomen, kransen en verre familieleden uitademen, ze verfoeit het feit dat deze ‘gezellige’ kerstsfeer elk jaar enkele dagen opgeschoven wordt richting de herfst.
En niet alleen de kerstman maar ook Sinterklaas komt elk jaar vroeger de kinderen kwijlend op de Scheldekaai zetten. Volgende week komt de ‘goedheilige’ man al verwarring zaaien in de kinderhoofdjes: hij is er al wel maar voor de cadeautjes is het nog een kleine maand wachten!

Een duidelijke boodschap werd vorige week volgens Heidi volledig terecht door Humo en Radio 1 in stickervorm de wereld ingestuurd: “Geen k
erstgedoe voor 15 december!”, schreeuwen de stickers, waarop een te vroege kerstman hardhandig de les wordt gespeld.
Van Heidi mag de Sint ook zo’n stickeractie krijgen, iets in de aard van ‘Geen mijters voor 6 december’, maar met één zulks een actie hebben we deze winter toch al een mooie vooruitgang richting normaal kerstgedrag geboekt. ‘Geen kerstgedoe’ tout court was te utopisch, besefte ze.

U kan geloven dat Heidi een gelukkige vrouw was toen ze het bestaan van de actie vernam. Met pretoogjes en een blik die iets uitstraalde als ‘dit jaar slaan we met z’n allen Kerstmis over’ surfte ze dan ook naar de Humo-site om meer te weten te komen over de te bejubelen anti-kerstgedoe-actie.
Groot was haar verbazing dan ook toen ze op een intro op de site botste met een foto van… een kerstman! “Dit jaar komt de kerstman vroeger!” titelde de Carrefour-reclameboodschap euforisch en ironisch tegelijk, vrolijk bijgestaan door het Humo-logo. Humo vindt commerciële inkomsten duidelijk belangrijker dan standvastigheid in goede campagnes.

Verder dan de intro is Heidi nooit geraakt. Diep teleurgesteld schakelde ze haar computer uit, plofte in haar zetel en zette een kerst-cd op. Als we dan toch hypocriet mogen zijn…

Heidi

vrijdag 9 november 2007

Heidi winkelde bij Tesco

Toen Heidi onlangs in Groot-Brittannië was, ontdekte ze dat de warenhuizen van Tesco er 24 uur op 24 open zijn. Heidi stelt zich voor hoe ze om drie uur ‘s nachts zin krijgt in mokka-ijs, naar Tesco snelt en een half uur later zalig smullend in de zetel ligt. Wanneer de dag onvermijdelijk aanbreekt, gaat ze met een lichte buikpijn maar opperbest humeur op pad.

Hoe heerlijk zou de wereld zijn wanneer ook in België de nimmer aflatende klantvriendelijkheid van warenhuisketens de openingsuren zou dicteren. Beter nog: elimineren!

Zou Tesco ook feestjes organiseren, vraagt Heidi zich af. “Afterparty at Tesco's!” Laat de keurig gestapelde blikken bier, net als de pindanootjes, toevallig in reclame zijn! Dat de winkelkarren en de fuifbeesten aanrukken! Ode aan de streepjescode! Heidi's ogen schitteren van ingebeeld plezier.

De eindeloze dagen en nachten vol van Tescovertier zouden naadloos in elkaar overgaan. De seuten en nerds van deze super(markt)wereld zouden genadeloos aan de andere kant van de schuifdeuren achtergelaten worden.


Het leven was nu een nooit stoppend feest tussen de shoppende huisvrouwen. (Dankzij Tesco konden zij zich nu overdag van hun andere taken kwijten en ’s nachts voor hun kroost op winkelpad gaan.)

Mettertijd zouden de wallen van de huisvrouwen en de katers van Heidi ongeziene proporties aannemen. Tesco zou records breken. Tesco zou ieders leven domineren. Tesco zou iedereen van zijn slaap beroven. Van Tesco zou een werkwoord komen. Iedereen zou tesco-en tot ie er bij neerviel.


Hoe verschrikkelijk zou de wereld zijn wanneer de nimmer aflatende gulzigheid van warenhuisketens de openingsuren zou dicteren! Wat te doen met Tesco? Herstructureren? Beter nog: elimineren!

Heidi

zaterdag 3 november 2007

Heidi las een boek

Deze maandag wordt de Prix Goncourt, de meest prestigieuze Franse literatuurprijs, uitgereikt. Heidi heeft een voorgevoel dat ofwel Olivier Adam ofwel Philippe Claudel met de prijs van tien euro en eeuwige roem aan de haal zullen gaan, maar daar wil ze nu ook weer geen euro’s op verwedden.
Liever wil ze het hebben over de winnaar van vorig jaar: Les Bienveillantes van Jontahan Littell. Lang, heel lang heeft Heidi erover gedaan. Maar na een paar mooie weken is haar exemplaar van het boek uit. Net geen duizend bladzijden telt het pareltje – zeg maar parel – uit de mooie Gallimard-reeks, dat met veel gejubel in Frankrijk werd onthaald.

En terecht, zo blijkt. In zijn allereerste en meteen hoogst mogelijk bekroonde boek vertelt Littell het verhaal van een ex-SS-officier die na de tweede Duitse oorlogsnederlaag terugkijkt op zijn tijd als soldaat en Obersturmbahnführer onder het directe bevel van Heinrich Himmler.
Een ontluisterend en vaak griezelig eerlijk verhaal waarvan je als lezer maar al te goed beseft dat de mantel van fictie een nog gruwelijkere realiteit bedekt. Hoewel je je hier en daar door de Duitse terminologie en de soms ingewikkelde verhaallijn moet bijten, blijft Les Bienveillantes toch een niet te missen boek.

De gruwel van de Tweede Wereldoorlog wordt vanuit een verrassend ander perspectief bekeken. De Duitse officier probeert uit te leggen waarom volgens hem – en zijn Arische ras met hem – de Jodenvervolging en de oorlog in de eerste plaats nodig en gegrond waren.
Als lezer voel je je hoogst ongemakkelijk als je het hoofdpersonage Max Aue begrijpt, en soms bijna medelijden met hem hebt. De prachtige schrijfstijl van Littell speelt een grote rol in de schizofrene relatie die de lezer daardoor opbouwt met de protagonist.

Voorlopig is
Les Bienveillantes enkel in het Frans te verkrijgen, maar aan de vertalingen wordt druk gewerkt. Heidi zal in januari volgend jaar alvast in één of andere boekenwinkel in de rij gaan staan om Littells nieuwe werk, Le sec et l’humide te bemachtigen.

Tobias

Was Tobias een man geweest, hij wist wel wat te doen
Met kettingen beladen alle vrouwen binnendoen
Gaan zuipen op café en niet gaan slapen voor de morgen
Maar Tobias was geen man, dus maakt u zich geen zorgen.

Was Tobias een vrouw geweest, dan een taaie en geen sloor
Zo één met tatoeages en met ijzer door haar oor
Met op haar jas de initialen van de motorclub van 't stad
Maar Tobias was geen vrouw, dus dat was dan weer dat.

Tobias was een kuddedier, zo één met heel veel wol
Het soort dat geile boeren durven pakken in hun hol
Maar niet bij Tobias, oh nee, al snoerde je hem de mond
Want Tobias was het stoerste schaap op heel het wereldrond.

Al bij zijn geboorte rezen er die bange stemmen:
Dat kleine schaap viel met geen mensenhand te temmen
Herders van over heel het land zweetten hun handen klam
Maar waren toch niet opgewassen tegen het ego van dat lam.

Toen Tobias wat ouder was, had iedereen het geweten:
Tobias was gevaarlijk: hij had zijn moeder doodgebeten!
De wildste verhalen deden de ronde op de eens zo kalme wei
Iedereen geloofde bèè per bèè wat stoere Tobias zei.

Natuurlijk zag de vacht van Tobias zo wit als fel opaal
Want zwarte schapen waren slaven, dat was voor hem normaal
Als hij dorst had moest hij enkel met zijn hoeven zien te knippen
En daar stonden al vier zwartjes om de drinkbak te verwippen.

In gezelschap van een eenzame en knappe ooi
Opende hij graag zijn mond voor een kus en een pleidooi
Tegen de dichtstbijzijnde bok riep hij dan met gemak
"Wacht maar tot ik vannacht in uwen drinkbak kak".

Tobias was echt ondraaglijk, een schande voor het vee
Maar op een mooie zomerdag zat het geluk de kudde mee
'k hoor in de verte schapen juichen, al is het maar heel kort
Want voor mijn neus ligt Tobias tussen de patatten op mijn bord.

Heidi.

woensdag 24 oktober 2007

filmfestival: de pasjes van Antonio

Heidi stapt de nachtwinkel binnen, op de voet gevolgd door een volstrekt onbekend heerschap. De man wil iets kwijt aan Heidi en de mensen in de winkel. Het is een mop. Hij zegt dat ze allemaal goed moeten luisteren. Het zit hem in de volgorde, verklapt hij.

Vraagt een kleinzoon aan zijn grootvader: “Pépé, wat doe jij heel de dag lang?”. Antwoordt de grootvader: “Wel, jongen, ’s morgens word ik wakker, doe ik mijn piske en mijn kakske, en dan sta ik op.” De moppentapper lacht hard.

Op weg van de nachtwinkel naar het filmfestival, krijgt Heidi haar grootmoeder aan de lijn. Heidi’s grootvader moet geopereerd worden. Liesbreuk. De ingreep zal wellicht in de week voor zijn verjaardag gebeuren. Maar het feest komt niet in het gedrang, verzekert grootmoeder. In geval van nood gaan ze niet op restaurant, maar eten ze gewoon gezellig thuis.

Heidi in Vooruit. Op het scherm schuifelen ‘Los pasos de Antonio’ voorbij. In Argentinië filmde een kleinzoon zijn grootvader vier jaar lang op zijn dagelijkse wandeling van huis naar de kerk en terug.


In het begin grapt de grootvader over hoe hij plots een filmster wordt. Onderweg komt hij kennissen tegen die hem bemoedigend op zijn schouder slaan. “Hey, oude knar, weer op wandel”, lachen ze.

Maar langzaam wordt het zeker: de kerk ligt elke dag verder, en gauw te ver. Steeds weer gelijkaardige beelden: de pasjes van Antonio, zijn wandelstok die niet voldoet, macho’s die de bijna-blinde net niet van zijn sokken rijden bij het oversteken. Hij vloekt op zijn benen, Antonio. Maar op een dag stopt hij ook met vloeken.

Heidi zit stilletjes te kijken. Ontluisterend vindt ze het. Zou zij ook op een dag niet haar tanden maar haar gebit poetsen? Zou ze haar levensnoodzakelijk pilletje niet meer van het witte tafeltapijt kunnen onderscheiden? Zou ze pissen in een fles?


Heidi wordt bang. Voor de dood? Misschien. Om ouder te worden? Een beetje. Om afhankelijk te zijn? Verschrikkelijk hard.

Heidi

zaterdag 20 oktober 2007

Heidi wist niet dat...

Leuke weetjes waar je volstrekt niets mee bent. Heidi is er zot op. Het is algemeen geweten dat nutteloze dingen die niemand moet onthouden net het makkelijkst onthouden worden. Dus dacht Heidi dat ze zich dan maar beter kon specialiseren in het opslaan van nutteloze maar conversatie-aanwakkerende weetjes in haar beider hemisferen. Na haar wellustige vormen in een lederen zetel te hebben neergeploft, begonnen haar ogen te scannen en te skimmen over de miljarden pagina’s van het Wereldwijde Web. Een goed gevulde zak nutteloze wist-je-dat-jes waren het prachtige resultaat.

Zo ontdekte Heidi dat een regenworm gemiddeld 248 spieren in zijn kleine hoofd heeft. Ze kwam te weten dat een officiële golfbal 336 gaatjes heeft, en dat er jaarlijks 17 Amerikanen sterven door het verkeerd gebruiken der haardroger. Haar ogen vielen open toen ze las dat het in een zijstaat van New York, Green, wettelijk verboden is om tijdens een concert achterwaarts op het voetpad te lopen terwijl je pindanootjes eet. Wat een geluk dat Heidi nog nooit in Green geweest is, achterwaarts stappend pindanootjes eten tijdens concerten is namelijk één van haar hobby’s.

Ze werd licht jaloers toen ze las dat het orgasme van een varken maar liefst tot een half uur kan duren. Ze fronste haar wenkbrauwen toen ze las dat als je 6 jaar en 9 maanden scheten zou laten, je genoeg gas geproduceerd moet hebben om de energie van een atoombom te evenaren. Beste medeblogger Tom, je zou van minder ventofobie krijgen.

Een lichte rilling ging over Heidi’s rug toen ze las dat een kakkerlak maar liefst 9 dagen kan overleven zonder hoofd. Als het arme beestje uiteindelijk komt te gaan, is het omdat het verhongert bij gebrek aan mond. Ze voelde zich een pak properder toen ze las dat de vagina en het oog zichzelf reinigende organen zijn. Dat gevoel van properheid verdween weer snel toen ze las dat er op een bureau per vierkante centimeter gemiddeld 3275 beestjes zitten.

Een sarcastisch lachje sierde haar mond toen ze las dat Albert Einsteins laatste woorden voor hem zelf waren, daar de verpleegster die bij hem zat geen Duits sprak. Over laatste woorden: die van Charles de Gaulle waren – terecht – “ça fait mal”. Toen ze naar buiten keek, leek het haar logisch dat een ruitenwisser gemiddeld 1600 kilometer over onze voorruiten aflegt. Daarenboven ontdekte ze dat in Paraguay vechten legaal is, als de vechters tenminste ingeschreven zijn als bloeddonor.

Heidi had altijd gehoord dat het dorpje Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch in Wales geregistreerd staat als de langste plaatsnaam ter wereld. Na een grondige research kwam ze echter tot de verbijsterende ontdekking dat er in Thailand een plaatsnaam is die maar liefst 163 tekens telt. Hou u vast: Krungthepmahanakornamornratanakosinmahintarayutthayamahadilokphopnopparatrajathaniburiromudomrajaniwesmahasatharnamornphimarnavatarnsathitsakkattiyavisanukamprasit. Hoe je dat op een envelop krijgt, blijft Heidi totnogtoe een raadsel.

Maar erger dan zulke plaatsnamen zijn volgens Heidi plaatsnamen waar een dubbelzinnige betekenis aan vast hangt. Zo zou Heidi niet in het Nederlandse Sexbierum willen wonen. Of in het Japanse Gofuku (op z’n Engels uitgesproken leest u inderdaad iets anders). Heidi benijdt evenmin de mannen die in Little Dix Village wonen. Ook Titless in Zwitserland of Twatt in Engeland spraken haar niet meteen aan. In de Pis Pis Rivier in Nicaragua zou ze niet meteen willen gaan zwemmen, en ook Maggie’s Nipples in Wyoming of Dildo in Canada zullen niet haar volgende vakantiebestemmingen worden. Even was Heidi blij in Tirol te wonen.

Nutteloze weetjes. Zo nutteloos zijn ze misschien toch niet. Wie weet komt u straks die verre kennis van tien jaar geleden wel nog eens tegen. U zal Heidi dankbaar zijn dat ze voor gespreksvoer gezorgd heeft.

donderdag 18 oktober 2007

Dichter aan huis

Dit weekend deed Heidi iets extravagants. Toen de krant op zondag bij het oude papier was beland, was Heidi’s woordenhonger nog steeds niet gestild. Met grommende maag dook ze de stad in.
Ze snuffelde rond tot plots wellustig opkringelende woorden haar poezelige neusvleugels penetreerden. 'Dichter aan huis' kopte een affiche. Dit was nieuw. Geen vervoegd werkwoord. Geen duidelijkheid. Niks concreet. Hongerig haastte Heidi zich naar binnen.

Een museum? Open manuscripten lagen uitgestald onder tafels met glazen bladen. Koekjes werden gepresenteerd op antieke schoteltjes. Er was een haard, maar geen vuur. Vooraan stond een man. Sterker nog: een dichter. Luuk Gruwez, zo heette hij. Hij droeg een vilten jas zonder mouwen. (Een debardeur, dacht Heidi. Maar dat was geen correct Nederlands.)
Hij droeg zijn gedichten voor. Hij droeg zijn gedichten voor tot er van de zinnen niks meer overschoot zo droeg hij ze voor. Woord voor woord droeg hij ze voor. Hij stond daarbij onafgebroken in contrapost, het topstuk van het museum, dat was hij.

De museumbezoekers waren verrukt. In de mannen onder hen was het december, zo wist Gruwez. In de vrouwen was het zogezegd mei. Al waren de meeste vrouwen in het publiek reeds lang uitgebloeid, ze fleurden op als ooit tevoren.
Om hun herwonnen vitaliteit met Heidi te delen, hadden ze een beurtrol opgesteld. Na elk gedicht zei één van hen 'schoon'. Langgerekt en zacht. De meest toegewijde dames fluisterden het met tranen in de ogen. En Heidi? Als die geen tederheid meer had, dan wist ze tederheid te veinzen.

Heidi


Voor meer info: http://www.dichteraanhuis.nl/

dinsdag 16 oktober 2007

Toeristische informatie


Een onooglijk klein artikeltje, in Weekend Knack. Ja, Heidi leest Weekend Knack. Een artikeltje zo klein dat de andere artikels het genadeloos in een uithoek van het boekje duwen. Nauwelijks valt het op, maar voor het betere oog is het toch nog net leesbaar. De kop zegt genoeg: “Top 10 Toeristische flops”. Op zo’n moment vraagt Heidi zich af of haar thuishaven Tirol zich een plaatsje in de lijst heeft weten te veroveren, weliswaar met gemengde gevoelens. Niets is echter minder waar: de top tien van de toeristische flops staat vol met… toeristische attracties!

Okee, het lijstje is samengesteld aan de hand van een Brits onderzoek, en Britten zijn nu niet bepaald de meest conforme toeristen, maar toch blijft me één en ander onduidelijk. Op nummer tien in de hitparade van de te vermijden plaatsen: de toren van Pisa. Bezocht Heidi de toren van Pisa? Jazeker. Waarom ook niet? De scheve toren lijkt me in ieder geval een mooi staaltje van architecturale imperfectie, bovendien gezegend met een knoert van een kerk naast de deur en een uithoudingsvermogen om U tegen te zeggen.

Nummer 4 in de top 10: Las Ramblas in Barcelona. Bezocht Heidi de Ramblas? Jazeker. Al was het maar om eens te lachen met de soms bitter povere imitaties van onder andere Elvis of de paus. Of om te kijken naar de pareltjes van huizen waartussen de gauwdieven en de mimespelers zich opstellen.

Nummer 2: het Louvre in Parijs. En ja, Heidi bezocht het Louvre. Het gaat hier namelijk om een museum, beste Britten, waar inderdaad geen bier te krijgen is, maar wel een ongelooflijk overzicht van Franse en buitenlandse kunst. Ja, er staat steeds een rij van 500 meter om de Mona Lisa van dichtbij te kunnen zien, maar dat zou misschien kunnen zijn – wilde gok – omdat ze dat waard is.

Na terloops nog even te vermelden dat de Britten Stonehenge omschrijven als “een stapel rotsen in een modderig veld”, zijn we aangekomen bij de absolute afknapper op toeristisch vlak. De Eiffeltoren in Parijs. Heeft Heidi al op de top van de Eiffeltoren gestaan? Jazeker, omdat je vanop de Eiffeltoren een zicht hebt dat niet te beschrijven valt. Heeft Heidi al vanop de grond naar de Eiffeltoren gekeken? Jazeker, omdat de Eiffeltoren nu eenmaal deel uitmaakt van Parijs, omdat het bouwwerk waakt over de modestad en – laat ons eerlijk zijn – omdat het gewoon een mooie toren is.

U vraagt u waarschijnlijk af waar de Britten dan in godsnaam wel naartoe willen? Ziehier het antwoord: Alnwick Castle in Northumberland. Waarom, vraagt u? Dit kasteel diende immers als decor voor de – volgens Heidi – achterlijke Harry Potter films. Heeft Heidi Alnwick Castle in Northumberland al bezocht? NEE, en daar is Heidi verdomme fier op!

vrijdag 12 oktober 2007

Heidi las de krant

Hans Van Themsche krijgt levenslang. Doris Lessing wint verdiend de Nobelprijs voor de Literatuur. Yves Leterme lijkt eindelijk tot akkoorden te komen. Afrikaanse oorlogen kosten handenvol geld. Amerika jaagt Turkije in het harnas. De nieuwe cd van Radiohead is gratis te downloaden via http://www.inrainbows.com/. De BEL20 steeg met 0.54%. De tickets voor het tweede concert van The Police worden volledig terugbetaald. Vanavond is het Dr. Phil op VijfTV. Morgen zit gratis de full-cd van Sarah Bettens bij De Morgen. En volgens mijn horoscoop ben ik te snel te agressief.

Laat het duidelijk zijn: Heidi kocht een krant.

Heidi kocht een krant

Zeven uur achtendertig, Antwerpen Centraal. Christophe stapt op de trein naar Brussel. In zijn rugzak zit De Morgen. Op het moment dat de conducteur de deuren sluit, glijden zijn ogen over de koppen op de voorpagina.

Zeven uur éénenvijftig, Gent Sint-Pieters. Lien gritst een Metro mee op weg naar perron 10. Daar begint ze meteen de buitenlandpagina te lezen tot de trein naar Brussel aankomt.

Wij zijn Heidi. Deze morgen kochten wij een krant.