vrijdag 30 november 2007

Verboden te verbieden!


Heidi is heel wat gewoon. De levensnormen en de haar omringende maatschappij hebben er door middel van gewenning voor gezorgd dat ze van niet veel meer een bevreemdend gevoel krijgt. Heidi is er zelfs van overtuigd dat zonder onze blauwe arm der wet en strikte regels de hele wereld in nog een sneller tempo naar de verdoemenis zou suizen.

En dus kijkt Heidi niet meer op van een bordje ‘Verboden te roken’ meer of minder. Heidi rookt immers niet. En restricties zijn belangrijk om iedereen te vriend te houden, meent ze.

‘Verboden de dieren te voederen’ in de zoo of in een kippen-rijk park (en zo zijn er meer dan u denkt, deze dagen in het Brusselse) vindt ze niet meer dan normaal. Die dieren moeten immers voor zichzelf zien te zorgen, en als men dan toch broodkorsten over heeft, Heidi kan ze gebruiken. Oók om broodpudding te maken, lieve lezers, óók daarom.

Duizend en één verbodsborden komen we elke dag tegen op de openbare weg en daarnaast. En al die regels en normen en waarden en verboden zijn zo in onze gewoonten ingebakken dat we als het ware op automatische piloot zouden kunnen leven. Leven, ja. Want dat is het enige dat men ons niet door middel van een verbodsbord kan afnemen.

Dacht Heidi.

In de Zuid-Franse gemeente Cugnaux is sinds vorige week echter het tegendeel bewezen. Als ware het een poster van een lokale karaokewedstrijd hangt er in Cugnaux een papier aan het stadhuis waar op geschreven staat ‘Verboden te sterven’.

Pech voor de gemiddeld 60 mensen die per jaar de geest geven in het dorpje. Ze zouden nog eens moeten proberen! ‘Overtredingen worden streng bestraft’, gaat de tekst verder.

Enkel mensen die over een familiegraf beschikken krijgen van de burgemeester nog de exclusieve toestemming om een ticket te boeken naar de eeuwige jachtvelden. Heidi fronste haar wenkbrauwen zo hard dat ze dacht dat het vel op haar voorhoofd een eigen leven zou gaan leiden. Maar natuurlijk ging het om een grap. Een grafgrap.

De burgemeester wil namelijk de aandacht vestigen op het feit dat het dorp geen plek meer heeft om haar inwoners te begraven. Het enige terrein dat nog dienst kan doen als begraafplaats grenst aan een munitiedepot van het leger, en daar mag wegens ontploffingsgevaar nu eenmaal niet gebouwd worden. Toen Heidi haar ogen sloot en stukken beenderen en vel van oude Franse petanquers de lucht in zag vliegen, begreep ze waarom.

De wereld loopt zo vol met mensen dat er binnenkort geen plek meer zal zijn om iedereen onder de zoden te stoppen. Ook een verbod op sterven was dus wel te verwachten, dacht Heidi achteraf in haar nadenk-zetel. Nu, bijna veertig jaar na mei ’68, nog een verbod op verbieden en we zullen alles wel gehad hebben.

vrijdag 16 november 2007

Heidi nam de bus

Aan de buschauffeur die mij op dinsdagochtend om zeventien na zeven liet smeken om de deuren open te doen terwijl hij twintig meter voor zijn halte tergend lang voor het rood licht stond en toen genadeloos doorreed,

Waar denkt u dat een jonge vrouw op zo een ontieglijk vroeg uur naartoe reist? Waar gaat het heen? Wat maakt dat ze sprint alsof de duivel haar op de hielen zit? Gaat ze naar haar geliefde? Naar een wild en onbehoorlijk drugsfeest? Een orgie misschien?


Fout, beste buschauffeur. Heid was op weg naar school. Heidi worstelde met dekbed, onderbroek, cornflakes en tandenborstel. Heidi werd op de hielen gezeten door plichtsbewustzijn. Dus sprintte Heidi.

Heidi zag uw bus van 7u18 die zo mooi 'St Pieters Station' blokletterde van ver staan. Heidi sprintte namelijk in rechte lijn. Toen Heidi besefte dat de lichten op het kruispunt het welslagen van haar sportieve actie zouden bepalen, zette ze een laatste keer alles op alles.

Ze raasde over de drievaksbaan, de rode lichten plichtsbewust negerend. Ze wist immers dat u met uw warme bus op uw beurt voor de rode lichten kwam te staan. Op twintig meter van uw halte. Heidi was gered!

Hijgend stond Heidi nu naast uw bus. U schudde het hoofd. Heidi heeft geen probleem met mensen met een tic. Ze vouwde de handen samen, maakte een lichte buiging en deed toen de armen als toegeeflijk openplooiende busdeuren breed uit elkaar.

Uw tic kwam terug. U schudde nogmaals het hoofd. U schudde niet alleen het hoofd, u reed door. Zomaar door het groene licht. U liet Heidi achter, ongeloofwaardige blikken uitwisselend met haar bijna-medepassagiers.

Beste buschauffeur, het is niet dat Heidi u nu toewenst dat u een platte band krijgt. Ook zal Heidi zich niet beter voelen wanneer u komt vast te zitten in een monsterfile en uw tussen uw stuur draait.


Ze hoopt zeker niet dat u gelyncht wordt door agressieve passagiers. Maar toch wil ze u waarschuwen dat u met uw huidige dienstverlening een hoog risico loopt.

mvg
Heidi

PS: Mocht het u interesseren: op dinsdag ging Heidi naar het station met de fiets. Die fiets had twee platte banden. Heidi haalde haar trein want die had vertraging. Niet iedereen is er even vroeg bij dan u.

zondag 11 november 2007

Hij komt! Hij komt! (Hou hem tegen!)

Gezellige witgesneeuwde straten, gluhwein in de linkerhand en kerstmuts op het hoofd. De sfeer van vrede die de lichtgevende rendieren in ieders voortuin en de neppe kerstmannen aan ieders gevel uitstralen…
Okee, laten we maar eerlijk zijn: Heidi haat de hele kerstsfeer. Nooit heeft Heidi iets harder gehaat dan het 'doen alsof' dat bij Kerstmis komt kijken: doen alsof iedereen je beste vriend is, doen alsof er voor vijf minuten vrede is op de hele wereld, doen alsof die belachelijke versiering enige ‘meerwaarde’ zou geven aan het hele gebeuren…

Niet alleen heeft Heidi een hekel aan de meligheid die kerstbomen, kransen en verre familieleden uitademen, ze verfoeit het feit dat deze ‘gezellige’ kerstsfeer elk jaar enkele dagen opgeschoven wordt richting de herfst.
En niet alleen de kerstman maar ook Sinterklaas komt elk jaar vroeger de kinderen kwijlend op de Scheldekaai zetten. Volgende week komt de ‘goedheilige’ man al verwarring zaaien in de kinderhoofdjes: hij is er al wel maar voor de cadeautjes is het nog een kleine maand wachten!

Een duidelijke boodschap werd vorige week volgens Heidi volledig terecht door Humo en Radio 1 in stickervorm de wereld ingestuurd: “Geen k
erstgedoe voor 15 december!”, schreeuwen de stickers, waarop een te vroege kerstman hardhandig de les wordt gespeld.
Van Heidi mag de Sint ook zo’n stickeractie krijgen, iets in de aard van ‘Geen mijters voor 6 december’, maar met één zulks een actie hebben we deze winter toch al een mooie vooruitgang richting normaal kerstgedrag geboekt. ‘Geen kerstgedoe’ tout court was te utopisch, besefte ze.

U kan geloven dat Heidi een gelukkige vrouw was toen ze het bestaan van de actie vernam. Met pretoogjes en een blik die iets uitstraalde als ‘dit jaar slaan we met z’n allen Kerstmis over’ surfte ze dan ook naar de Humo-site om meer te weten te komen over de te bejubelen anti-kerstgedoe-actie.
Groot was haar verbazing dan ook toen ze op een intro op de site botste met een foto van… een kerstman! “Dit jaar komt de kerstman vroeger!” titelde de Carrefour-reclameboodschap euforisch en ironisch tegelijk, vrolijk bijgestaan door het Humo-logo. Humo vindt commerciële inkomsten duidelijk belangrijker dan standvastigheid in goede campagnes.

Verder dan de intro is Heidi nooit geraakt. Diep teleurgesteld schakelde ze haar computer uit, plofte in haar zetel en zette een kerst-cd op. Als we dan toch hypocriet mogen zijn…

Heidi

vrijdag 9 november 2007

Heidi winkelde bij Tesco

Toen Heidi onlangs in Groot-Brittannië was, ontdekte ze dat de warenhuizen van Tesco er 24 uur op 24 open zijn. Heidi stelt zich voor hoe ze om drie uur ‘s nachts zin krijgt in mokka-ijs, naar Tesco snelt en een half uur later zalig smullend in de zetel ligt. Wanneer de dag onvermijdelijk aanbreekt, gaat ze met een lichte buikpijn maar opperbest humeur op pad.

Hoe heerlijk zou de wereld zijn wanneer ook in België de nimmer aflatende klantvriendelijkheid van warenhuisketens de openingsuren zou dicteren. Beter nog: elimineren!

Zou Tesco ook feestjes organiseren, vraagt Heidi zich af. “Afterparty at Tesco's!” Laat de keurig gestapelde blikken bier, net als de pindanootjes, toevallig in reclame zijn! Dat de winkelkarren en de fuifbeesten aanrukken! Ode aan de streepjescode! Heidi's ogen schitteren van ingebeeld plezier.

De eindeloze dagen en nachten vol van Tescovertier zouden naadloos in elkaar overgaan. De seuten en nerds van deze super(markt)wereld zouden genadeloos aan de andere kant van de schuifdeuren achtergelaten worden.


Het leven was nu een nooit stoppend feest tussen de shoppende huisvrouwen. (Dankzij Tesco konden zij zich nu overdag van hun andere taken kwijten en ’s nachts voor hun kroost op winkelpad gaan.)

Mettertijd zouden de wallen van de huisvrouwen en de katers van Heidi ongeziene proporties aannemen. Tesco zou records breken. Tesco zou ieders leven domineren. Tesco zou iedereen van zijn slaap beroven. Van Tesco zou een werkwoord komen. Iedereen zou tesco-en tot ie er bij neerviel.


Hoe verschrikkelijk zou de wereld zijn wanneer de nimmer aflatende gulzigheid van warenhuisketens de openingsuren zou dicteren! Wat te doen met Tesco? Herstructureren? Beter nog: elimineren!

Heidi

zaterdag 3 november 2007

Heidi las een boek

Deze maandag wordt de Prix Goncourt, de meest prestigieuze Franse literatuurprijs, uitgereikt. Heidi heeft een voorgevoel dat ofwel Olivier Adam ofwel Philippe Claudel met de prijs van tien euro en eeuwige roem aan de haal zullen gaan, maar daar wil ze nu ook weer geen euro’s op verwedden.
Liever wil ze het hebben over de winnaar van vorig jaar: Les Bienveillantes van Jontahan Littell. Lang, heel lang heeft Heidi erover gedaan. Maar na een paar mooie weken is haar exemplaar van het boek uit. Net geen duizend bladzijden telt het pareltje – zeg maar parel – uit de mooie Gallimard-reeks, dat met veel gejubel in Frankrijk werd onthaald.

En terecht, zo blijkt. In zijn allereerste en meteen hoogst mogelijk bekroonde boek vertelt Littell het verhaal van een ex-SS-officier die na de tweede Duitse oorlogsnederlaag terugkijkt op zijn tijd als soldaat en Obersturmbahnführer onder het directe bevel van Heinrich Himmler.
Een ontluisterend en vaak griezelig eerlijk verhaal waarvan je als lezer maar al te goed beseft dat de mantel van fictie een nog gruwelijkere realiteit bedekt. Hoewel je je hier en daar door de Duitse terminologie en de soms ingewikkelde verhaallijn moet bijten, blijft Les Bienveillantes toch een niet te missen boek.

De gruwel van de Tweede Wereldoorlog wordt vanuit een verrassend ander perspectief bekeken. De Duitse officier probeert uit te leggen waarom volgens hem – en zijn Arische ras met hem – de Jodenvervolging en de oorlog in de eerste plaats nodig en gegrond waren.
Als lezer voel je je hoogst ongemakkelijk als je het hoofdpersonage Max Aue begrijpt, en soms bijna medelijden met hem hebt. De prachtige schrijfstijl van Littell speelt een grote rol in de schizofrene relatie die de lezer daardoor opbouwt met de protagonist.

Voorlopig is
Les Bienveillantes enkel in het Frans te verkrijgen, maar aan de vertalingen wordt druk gewerkt. Heidi zal in januari volgend jaar alvast in één of andere boekenwinkel in de rij gaan staan om Littells nieuwe werk, Le sec et l’humide te bemachtigen.

Tobias

Was Tobias een man geweest, hij wist wel wat te doen
Met kettingen beladen alle vrouwen binnendoen
Gaan zuipen op café en niet gaan slapen voor de morgen
Maar Tobias was geen man, dus maakt u zich geen zorgen.

Was Tobias een vrouw geweest, dan een taaie en geen sloor
Zo één met tatoeages en met ijzer door haar oor
Met op haar jas de initialen van de motorclub van 't stad
Maar Tobias was geen vrouw, dus dat was dan weer dat.

Tobias was een kuddedier, zo één met heel veel wol
Het soort dat geile boeren durven pakken in hun hol
Maar niet bij Tobias, oh nee, al snoerde je hem de mond
Want Tobias was het stoerste schaap op heel het wereldrond.

Al bij zijn geboorte rezen er die bange stemmen:
Dat kleine schaap viel met geen mensenhand te temmen
Herders van over heel het land zweetten hun handen klam
Maar waren toch niet opgewassen tegen het ego van dat lam.

Toen Tobias wat ouder was, had iedereen het geweten:
Tobias was gevaarlijk: hij had zijn moeder doodgebeten!
De wildste verhalen deden de ronde op de eens zo kalme wei
Iedereen geloofde bèè per bèè wat stoere Tobias zei.

Natuurlijk zag de vacht van Tobias zo wit als fel opaal
Want zwarte schapen waren slaven, dat was voor hem normaal
Als hij dorst had moest hij enkel met zijn hoeven zien te knippen
En daar stonden al vier zwartjes om de drinkbak te verwippen.

In gezelschap van een eenzame en knappe ooi
Opende hij graag zijn mond voor een kus en een pleidooi
Tegen de dichtstbijzijnde bok riep hij dan met gemak
"Wacht maar tot ik vannacht in uwen drinkbak kak".

Tobias was echt ondraaglijk, een schande voor het vee
Maar op een mooie zomerdag zat het geluk de kudde mee
'k hoor in de verte schapen juichen, al is het maar heel kort
Want voor mijn neus ligt Tobias tussen de patatten op mijn bord.

Heidi.