zaterdag 15 december 2007

Kipfilet

De meeste mensen, waaronder Heidi, gebruiken kipfilet om in de pan te bakken en op te eten. Heidi dacht dat dit veruit de enige manier was om kipfilet te gebruiken. Heidi is dan wel een supermens, ze blijft een mens. En mensen vergissen zich wel eens.

Kipfilet, lieve lezer, kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden. U bent nu ongetwijfeld een mentaal lijstje aan het aanleggen met de verschillende utilisatiemogelijkheden van de ordinaire kipfilet. Wat bedoelt die dekselse Heidi toch?

Ik hoor u tot hier denken: waarvoor kan je kipfilet nog gebruiken? Als wierookstaander? Om het zadelleed te verzachten? Als hoofddeksel wanneer het regent? Mits enige elektronische wonderen als nachtlampje? Nee, vrienden, nee.

Kipfilet heeft een functie die niemand verwacht zou hebben. Zelfs Heidi niet. Hou u vast.

De bonzen van Armani Underwear hebben David Beckham kunnen strikken als model voor hun nieuwe reclamecampagne. Als een echte adonis ligt hij met een verleidende blik en weinig omhulling naar de lens te kijken. Met een broek vol geslachtsorgaan? Vol goesting? Inderdaad, vol KIPFILET.

Kwatongen beweren immers dat het een algemeen aanvaard gebruik is om bij ondergoed-fotoshoots de mannelijke slip op te vullen met allerhande, om de inhoud nog weelderiger aan elk bushok te kunnen laten prijken. En Beckham zou kipfilets bij zijn kleine David gestoken hebben om de vrouwen net iets langer in de ban te houden.

Of iets anders natuurlijk. De tongen zijn zo ‘kwa’ dat men het zelfs op de borstimplantaten van zijn vrouw Victoria wil steken. Dat zou pas een erotische reünie in een Armanislip zijn! Maar genoeg gespeculeerd, Heidi wil immers maar al te graag geloven dat het kipfilet is die de broek vult.

Heidi zelf wacht al ettelijke jaren op een uitnodiging om het lichaam in een ondergoedcampagne te worden. Tevergeefs. In afwachting van die aanbieding kijkt ze met lede ogen toe hoe de kipfilet in kwestie binnenkort recordbedragen zal kloppen op E-Bay.

dinsdag 4 december 2007

Heidi roept op tot samenscholing

Heidi weet precies waar ze nu donderdag om 13u30 zal zijn. Nu donderdag om 13u30 zal Heidi aan het Noord station in Brussel zijn. Samen met vele andere Heidi’s zal Heidi deze donderdag om 13u30 aan het Noord station een samenscholing veroorzaken. Nu het nog kan.

Volgend jaar zullen samenscholingen immers een uitzonderlijk verschijnsel zijn. Dankzij minister Vandenbroucke zullen er namelijk steeds minder mensen samen op school zitten. Dankzij de nieuwe manier die minister Vandenbroucke bedacht heeft om zijn geld aan hoger onderwijs uit te geven, zijn er binnenkort misschien helemaal geen geschoolden meer!

Want, zo vindt minister Vandenbroucke, wie wil studeren moet heel rijk en heel slim zijn. Hoe zorgt minister Vandenbroucke (die zelf een slordige acht jaar studeerde) ervoor dat enkel wie heel rijk en heel slim is nog kan studeren?

Heidi grabbelt even in de ton van ministeriële aanpassingen. Wordt bovengehaald: een master na master! Te betalen: van 5600 tot 25000 euro. Wordt bovengehaald: een bisser! Te betalen: dubbel inschrijvingsgeld. Wordt bovengehaald: een allochtoon! Te betalen: niks (er is geen extra geld voor de doorstroom van kansengroepen voorzien, dus de meerderheid zal nooit aan een opleiding beginnen).

Nog iemand die net zoals Heidi meer kennis beoogt? Dat die donderdag dan samen met haar betoogt!

Heidi

Meer info? Surf naar
http://www.vvs.ac/axie

vrijdag 30 november 2007

Verboden te verbieden!


Heidi is heel wat gewoon. De levensnormen en de haar omringende maatschappij hebben er door middel van gewenning voor gezorgd dat ze van niet veel meer een bevreemdend gevoel krijgt. Heidi is er zelfs van overtuigd dat zonder onze blauwe arm der wet en strikte regels de hele wereld in nog een sneller tempo naar de verdoemenis zou suizen.

En dus kijkt Heidi niet meer op van een bordje ‘Verboden te roken’ meer of minder. Heidi rookt immers niet. En restricties zijn belangrijk om iedereen te vriend te houden, meent ze.

‘Verboden de dieren te voederen’ in de zoo of in een kippen-rijk park (en zo zijn er meer dan u denkt, deze dagen in het Brusselse) vindt ze niet meer dan normaal. Die dieren moeten immers voor zichzelf zien te zorgen, en als men dan toch broodkorsten over heeft, Heidi kan ze gebruiken. Oók om broodpudding te maken, lieve lezers, óók daarom.

Duizend en één verbodsborden komen we elke dag tegen op de openbare weg en daarnaast. En al die regels en normen en waarden en verboden zijn zo in onze gewoonten ingebakken dat we als het ware op automatische piloot zouden kunnen leven. Leven, ja. Want dat is het enige dat men ons niet door middel van een verbodsbord kan afnemen.

Dacht Heidi.

In de Zuid-Franse gemeente Cugnaux is sinds vorige week echter het tegendeel bewezen. Als ware het een poster van een lokale karaokewedstrijd hangt er in Cugnaux een papier aan het stadhuis waar op geschreven staat ‘Verboden te sterven’.

Pech voor de gemiddeld 60 mensen die per jaar de geest geven in het dorpje. Ze zouden nog eens moeten proberen! ‘Overtredingen worden streng bestraft’, gaat de tekst verder.

Enkel mensen die over een familiegraf beschikken krijgen van de burgemeester nog de exclusieve toestemming om een ticket te boeken naar de eeuwige jachtvelden. Heidi fronste haar wenkbrauwen zo hard dat ze dacht dat het vel op haar voorhoofd een eigen leven zou gaan leiden. Maar natuurlijk ging het om een grap. Een grafgrap.

De burgemeester wil namelijk de aandacht vestigen op het feit dat het dorp geen plek meer heeft om haar inwoners te begraven. Het enige terrein dat nog dienst kan doen als begraafplaats grenst aan een munitiedepot van het leger, en daar mag wegens ontploffingsgevaar nu eenmaal niet gebouwd worden. Toen Heidi haar ogen sloot en stukken beenderen en vel van oude Franse petanquers de lucht in zag vliegen, begreep ze waarom.

De wereld loopt zo vol met mensen dat er binnenkort geen plek meer zal zijn om iedereen onder de zoden te stoppen. Ook een verbod op sterven was dus wel te verwachten, dacht Heidi achteraf in haar nadenk-zetel. Nu, bijna veertig jaar na mei ’68, nog een verbod op verbieden en we zullen alles wel gehad hebben.

vrijdag 16 november 2007

Heidi nam de bus

Aan de buschauffeur die mij op dinsdagochtend om zeventien na zeven liet smeken om de deuren open te doen terwijl hij twintig meter voor zijn halte tergend lang voor het rood licht stond en toen genadeloos doorreed,

Waar denkt u dat een jonge vrouw op zo een ontieglijk vroeg uur naartoe reist? Waar gaat het heen? Wat maakt dat ze sprint alsof de duivel haar op de hielen zit? Gaat ze naar haar geliefde? Naar een wild en onbehoorlijk drugsfeest? Een orgie misschien?


Fout, beste buschauffeur. Heid was op weg naar school. Heidi worstelde met dekbed, onderbroek, cornflakes en tandenborstel. Heidi werd op de hielen gezeten door plichtsbewustzijn. Dus sprintte Heidi.

Heidi zag uw bus van 7u18 die zo mooi 'St Pieters Station' blokletterde van ver staan. Heidi sprintte namelijk in rechte lijn. Toen Heidi besefte dat de lichten op het kruispunt het welslagen van haar sportieve actie zouden bepalen, zette ze een laatste keer alles op alles.

Ze raasde over de drievaksbaan, de rode lichten plichtsbewust negerend. Ze wist immers dat u met uw warme bus op uw beurt voor de rode lichten kwam te staan. Op twintig meter van uw halte. Heidi was gered!

Hijgend stond Heidi nu naast uw bus. U schudde het hoofd. Heidi heeft geen probleem met mensen met een tic. Ze vouwde de handen samen, maakte een lichte buiging en deed toen de armen als toegeeflijk openplooiende busdeuren breed uit elkaar.

Uw tic kwam terug. U schudde nogmaals het hoofd. U schudde niet alleen het hoofd, u reed door. Zomaar door het groene licht. U liet Heidi achter, ongeloofwaardige blikken uitwisselend met haar bijna-medepassagiers.

Beste buschauffeur, het is niet dat Heidi u nu toewenst dat u een platte band krijgt. Ook zal Heidi zich niet beter voelen wanneer u komt vast te zitten in een monsterfile en uw tussen uw stuur draait.


Ze hoopt zeker niet dat u gelyncht wordt door agressieve passagiers. Maar toch wil ze u waarschuwen dat u met uw huidige dienstverlening een hoog risico loopt.

mvg
Heidi

PS: Mocht het u interesseren: op dinsdag ging Heidi naar het station met de fiets. Die fiets had twee platte banden. Heidi haalde haar trein want die had vertraging. Niet iedereen is er even vroeg bij dan u.

zondag 11 november 2007

Hij komt! Hij komt! (Hou hem tegen!)

Gezellige witgesneeuwde straten, gluhwein in de linkerhand en kerstmuts op het hoofd. De sfeer van vrede die de lichtgevende rendieren in ieders voortuin en de neppe kerstmannen aan ieders gevel uitstralen…
Okee, laten we maar eerlijk zijn: Heidi haat de hele kerstsfeer. Nooit heeft Heidi iets harder gehaat dan het 'doen alsof' dat bij Kerstmis komt kijken: doen alsof iedereen je beste vriend is, doen alsof er voor vijf minuten vrede is op de hele wereld, doen alsof die belachelijke versiering enige ‘meerwaarde’ zou geven aan het hele gebeuren…

Niet alleen heeft Heidi een hekel aan de meligheid die kerstbomen, kransen en verre familieleden uitademen, ze verfoeit het feit dat deze ‘gezellige’ kerstsfeer elk jaar enkele dagen opgeschoven wordt richting de herfst.
En niet alleen de kerstman maar ook Sinterklaas komt elk jaar vroeger de kinderen kwijlend op de Scheldekaai zetten. Volgende week komt de ‘goedheilige’ man al verwarring zaaien in de kinderhoofdjes: hij is er al wel maar voor de cadeautjes is het nog een kleine maand wachten!

Een duidelijke boodschap werd vorige week volgens Heidi volledig terecht door Humo en Radio 1 in stickervorm de wereld ingestuurd: “Geen k
erstgedoe voor 15 december!”, schreeuwen de stickers, waarop een te vroege kerstman hardhandig de les wordt gespeld.
Van Heidi mag de Sint ook zo’n stickeractie krijgen, iets in de aard van ‘Geen mijters voor 6 december’, maar met één zulks een actie hebben we deze winter toch al een mooie vooruitgang richting normaal kerstgedrag geboekt. ‘Geen kerstgedoe’ tout court was te utopisch, besefte ze.

U kan geloven dat Heidi een gelukkige vrouw was toen ze het bestaan van de actie vernam. Met pretoogjes en een blik die iets uitstraalde als ‘dit jaar slaan we met z’n allen Kerstmis over’ surfte ze dan ook naar de Humo-site om meer te weten te komen over de te bejubelen anti-kerstgedoe-actie.
Groot was haar verbazing dan ook toen ze op een intro op de site botste met een foto van… een kerstman! “Dit jaar komt de kerstman vroeger!” titelde de Carrefour-reclameboodschap euforisch en ironisch tegelijk, vrolijk bijgestaan door het Humo-logo. Humo vindt commerciële inkomsten duidelijk belangrijker dan standvastigheid in goede campagnes.

Verder dan de intro is Heidi nooit geraakt. Diep teleurgesteld schakelde ze haar computer uit, plofte in haar zetel en zette een kerst-cd op. Als we dan toch hypocriet mogen zijn…

Heidi

vrijdag 9 november 2007

Heidi winkelde bij Tesco

Toen Heidi onlangs in Groot-Brittannië was, ontdekte ze dat de warenhuizen van Tesco er 24 uur op 24 open zijn. Heidi stelt zich voor hoe ze om drie uur ‘s nachts zin krijgt in mokka-ijs, naar Tesco snelt en een half uur later zalig smullend in de zetel ligt. Wanneer de dag onvermijdelijk aanbreekt, gaat ze met een lichte buikpijn maar opperbest humeur op pad.

Hoe heerlijk zou de wereld zijn wanneer ook in België de nimmer aflatende klantvriendelijkheid van warenhuisketens de openingsuren zou dicteren. Beter nog: elimineren!

Zou Tesco ook feestjes organiseren, vraagt Heidi zich af. “Afterparty at Tesco's!” Laat de keurig gestapelde blikken bier, net als de pindanootjes, toevallig in reclame zijn! Dat de winkelkarren en de fuifbeesten aanrukken! Ode aan de streepjescode! Heidi's ogen schitteren van ingebeeld plezier.

De eindeloze dagen en nachten vol van Tescovertier zouden naadloos in elkaar overgaan. De seuten en nerds van deze super(markt)wereld zouden genadeloos aan de andere kant van de schuifdeuren achtergelaten worden.


Het leven was nu een nooit stoppend feest tussen de shoppende huisvrouwen. (Dankzij Tesco konden zij zich nu overdag van hun andere taken kwijten en ’s nachts voor hun kroost op winkelpad gaan.)

Mettertijd zouden de wallen van de huisvrouwen en de katers van Heidi ongeziene proporties aannemen. Tesco zou records breken. Tesco zou ieders leven domineren. Tesco zou iedereen van zijn slaap beroven. Van Tesco zou een werkwoord komen. Iedereen zou tesco-en tot ie er bij neerviel.


Hoe verschrikkelijk zou de wereld zijn wanneer de nimmer aflatende gulzigheid van warenhuisketens de openingsuren zou dicteren! Wat te doen met Tesco? Herstructureren? Beter nog: elimineren!

Heidi

zaterdag 3 november 2007

Heidi las een boek

Deze maandag wordt de Prix Goncourt, de meest prestigieuze Franse literatuurprijs, uitgereikt. Heidi heeft een voorgevoel dat ofwel Olivier Adam ofwel Philippe Claudel met de prijs van tien euro en eeuwige roem aan de haal zullen gaan, maar daar wil ze nu ook weer geen euro’s op verwedden.
Liever wil ze het hebben over de winnaar van vorig jaar: Les Bienveillantes van Jontahan Littell. Lang, heel lang heeft Heidi erover gedaan. Maar na een paar mooie weken is haar exemplaar van het boek uit. Net geen duizend bladzijden telt het pareltje – zeg maar parel – uit de mooie Gallimard-reeks, dat met veel gejubel in Frankrijk werd onthaald.

En terecht, zo blijkt. In zijn allereerste en meteen hoogst mogelijk bekroonde boek vertelt Littell het verhaal van een ex-SS-officier die na de tweede Duitse oorlogsnederlaag terugkijkt op zijn tijd als soldaat en Obersturmbahnführer onder het directe bevel van Heinrich Himmler.
Een ontluisterend en vaak griezelig eerlijk verhaal waarvan je als lezer maar al te goed beseft dat de mantel van fictie een nog gruwelijkere realiteit bedekt. Hoewel je je hier en daar door de Duitse terminologie en de soms ingewikkelde verhaallijn moet bijten, blijft Les Bienveillantes toch een niet te missen boek.

De gruwel van de Tweede Wereldoorlog wordt vanuit een verrassend ander perspectief bekeken. De Duitse officier probeert uit te leggen waarom volgens hem – en zijn Arische ras met hem – de Jodenvervolging en de oorlog in de eerste plaats nodig en gegrond waren.
Als lezer voel je je hoogst ongemakkelijk als je het hoofdpersonage Max Aue begrijpt, en soms bijna medelijden met hem hebt. De prachtige schrijfstijl van Littell speelt een grote rol in de schizofrene relatie die de lezer daardoor opbouwt met de protagonist.

Voorlopig is
Les Bienveillantes enkel in het Frans te verkrijgen, maar aan de vertalingen wordt druk gewerkt. Heidi zal in januari volgend jaar alvast in één of andere boekenwinkel in de rij gaan staan om Littells nieuwe werk, Le sec et l’humide te bemachtigen.

Tobias

Was Tobias een man geweest, hij wist wel wat te doen
Met kettingen beladen alle vrouwen binnendoen
Gaan zuipen op café en niet gaan slapen voor de morgen
Maar Tobias was geen man, dus maakt u zich geen zorgen.

Was Tobias een vrouw geweest, dan een taaie en geen sloor
Zo één met tatoeages en met ijzer door haar oor
Met op haar jas de initialen van de motorclub van 't stad
Maar Tobias was geen vrouw, dus dat was dan weer dat.

Tobias was een kuddedier, zo één met heel veel wol
Het soort dat geile boeren durven pakken in hun hol
Maar niet bij Tobias, oh nee, al snoerde je hem de mond
Want Tobias was het stoerste schaap op heel het wereldrond.

Al bij zijn geboorte rezen er die bange stemmen:
Dat kleine schaap viel met geen mensenhand te temmen
Herders van over heel het land zweetten hun handen klam
Maar waren toch niet opgewassen tegen het ego van dat lam.

Toen Tobias wat ouder was, had iedereen het geweten:
Tobias was gevaarlijk: hij had zijn moeder doodgebeten!
De wildste verhalen deden de ronde op de eens zo kalme wei
Iedereen geloofde bèè per bèè wat stoere Tobias zei.

Natuurlijk zag de vacht van Tobias zo wit als fel opaal
Want zwarte schapen waren slaven, dat was voor hem normaal
Als hij dorst had moest hij enkel met zijn hoeven zien te knippen
En daar stonden al vier zwartjes om de drinkbak te verwippen.

In gezelschap van een eenzame en knappe ooi
Opende hij graag zijn mond voor een kus en een pleidooi
Tegen de dichtstbijzijnde bok riep hij dan met gemak
"Wacht maar tot ik vannacht in uwen drinkbak kak".

Tobias was echt ondraaglijk, een schande voor het vee
Maar op een mooie zomerdag zat het geluk de kudde mee
'k hoor in de verte schapen juichen, al is het maar heel kort
Want voor mijn neus ligt Tobias tussen de patatten op mijn bord.

Heidi.

woensdag 24 oktober 2007

filmfestival: de pasjes van Antonio

Heidi stapt de nachtwinkel binnen, op de voet gevolgd door een volstrekt onbekend heerschap. De man wil iets kwijt aan Heidi en de mensen in de winkel. Het is een mop. Hij zegt dat ze allemaal goed moeten luisteren. Het zit hem in de volgorde, verklapt hij.

Vraagt een kleinzoon aan zijn grootvader: “Pépé, wat doe jij heel de dag lang?”. Antwoordt de grootvader: “Wel, jongen, ’s morgens word ik wakker, doe ik mijn piske en mijn kakske, en dan sta ik op.” De moppentapper lacht hard.

Op weg van de nachtwinkel naar het filmfestival, krijgt Heidi haar grootmoeder aan de lijn. Heidi’s grootvader moet geopereerd worden. Liesbreuk. De ingreep zal wellicht in de week voor zijn verjaardag gebeuren. Maar het feest komt niet in het gedrang, verzekert grootmoeder. In geval van nood gaan ze niet op restaurant, maar eten ze gewoon gezellig thuis.

Heidi in Vooruit. Op het scherm schuifelen ‘Los pasos de Antonio’ voorbij. In Argentinië filmde een kleinzoon zijn grootvader vier jaar lang op zijn dagelijkse wandeling van huis naar de kerk en terug.


In het begin grapt de grootvader over hoe hij plots een filmster wordt. Onderweg komt hij kennissen tegen die hem bemoedigend op zijn schouder slaan. “Hey, oude knar, weer op wandel”, lachen ze.

Maar langzaam wordt het zeker: de kerk ligt elke dag verder, en gauw te ver. Steeds weer gelijkaardige beelden: de pasjes van Antonio, zijn wandelstok die niet voldoet, macho’s die de bijna-blinde net niet van zijn sokken rijden bij het oversteken. Hij vloekt op zijn benen, Antonio. Maar op een dag stopt hij ook met vloeken.

Heidi zit stilletjes te kijken. Ontluisterend vindt ze het. Zou zij ook op een dag niet haar tanden maar haar gebit poetsen? Zou ze haar levensnoodzakelijk pilletje niet meer van het witte tafeltapijt kunnen onderscheiden? Zou ze pissen in een fles?


Heidi wordt bang. Voor de dood? Misschien. Om ouder te worden? Een beetje. Om afhankelijk te zijn? Verschrikkelijk hard.

Heidi

zaterdag 20 oktober 2007

Heidi wist niet dat...

Leuke weetjes waar je volstrekt niets mee bent. Heidi is er zot op. Het is algemeen geweten dat nutteloze dingen die niemand moet onthouden net het makkelijkst onthouden worden. Dus dacht Heidi dat ze zich dan maar beter kon specialiseren in het opslaan van nutteloze maar conversatie-aanwakkerende weetjes in haar beider hemisferen. Na haar wellustige vormen in een lederen zetel te hebben neergeploft, begonnen haar ogen te scannen en te skimmen over de miljarden pagina’s van het Wereldwijde Web. Een goed gevulde zak nutteloze wist-je-dat-jes waren het prachtige resultaat.

Zo ontdekte Heidi dat een regenworm gemiddeld 248 spieren in zijn kleine hoofd heeft. Ze kwam te weten dat een officiële golfbal 336 gaatjes heeft, en dat er jaarlijks 17 Amerikanen sterven door het verkeerd gebruiken der haardroger. Haar ogen vielen open toen ze las dat het in een zijstaat van New York, Green, wettelijk verboden is om tijdens een concert achterwaarts op het voetpad te lopen terwijl je pindanootjes eet. Wat een geluk dat Heidi nog nooit in Green geweest is, achterwaarts stappend pindanootjes eten tijdens concerten is namelijk één van haar hobby’s.

Ze werd licht jaloers toen ze las dat het orgasme van een varken maar liefst tot een half uur kan duren. Ze fronste haar wenkbrauwen toen ze las dat als je 6 jaar en 9 maanden scheten zou laten, je genoeg gas geproduceerd moet hebben om de energie van een atoombom te evenaren. Beste medeblogger Tom, je zou van minder ventofobie krijgen.

Een lichte rilling ging over Heidi’s rug toen ze las dat een kakkerlak maar liefst 9 dagen kan overleven zonder hoofd. Als het arme beestje uiteindelijk komt te gaan, is het omdat het verhongert bij gebrek aan mond. Ze voelde zich een pak properder toen ze las dat de vagina en het oog zichzelf reinigende organen zijn. Dat gevoel van properheid verdween weer snel toen ze las dat er op een bureau per vierkante centimeter gemiddeld 3275 beestjes zitten.

Een sarcastisch lachje sierde haar mond toen ze las dat Albert Einsteins laatste woorden voor hem zelf waren, daar de verpleegster die bij hem zat geen Duits sprak. Over laatste woorden: die van Charles de Gaulle waren – terecht – “ça fait mal”. Toen ze naar buiten keek, leek het haar logisch dat een ruitenwisser gemiddeld 1600 kilometer over onze voorruiten aflegt. Daarenboven ontdekte ze dat in Paraguay vechten legaal is, als de vechters tenminste ingeschreven zijn als bloeddonor.

Heidi had altijd gehoord dat het dorpje Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch in Wales geregistreerd staat als de langste plaatsnaam ter wereld. Na een grondige research kwam ze echter tot de verbijsterende ontdekking dat er in Thailand een plaatsnaam is die maar liefst 163 tekens telt. Hou u vast: Krungthepmahanakornamornratanakosinmahintarayutthayamahadilokphopnopparatrajathaniburiromudomrajaniwesmahasatharnamornphimarnavatarnsathitsakkattiyavisanukamprasit. Hoe je dat op een envelop krijgt, blijft Heidi totnogtoe een raadsel.

Maar erger dan zulke plaatsnamen zijn volgens Heidi plaatsnamen waar een dubbelzinnige betekenis aan vast hangt. Zo zou Heidi niet in het Nederlandse Sexbierum willen wonen. Of in het Japanse Gofuku (op z’n Engels uitgesproken leest u inderdaad iets anders). Heidi benijdt evenmin de mannen die in Little Dix Village wonen. Ook Titless in Zwitserland of Twatt in Engeland spraken haar niet meteen aan. In de Pis Pis Rivier in Nicaragua zou ze niet meteen willen gaan zwemmen, en ook Maggie’s Nipples in Wyoming of Dildo in Canada zullen niet haar volgende vakantiebestemmingen worden. Even was Heidi blij in Tirol te wonen.

Nutteloze weetjes. Zo nutteloos zijn ze misschien toch niet. Wie weet komt u straks die verre kennis van tien jaar geleden wel nog eens tegen. U zal Heidi dankbaar zijn dat ze voor gespreksvoer gezorgd heeft.

donderdag 18 oktober 2007

Dichter aan huis

Dit weekend deed Heidi iets extravagants. Toen de krant op zondag bij het oude papier was beland, was Heidi’s woordenhonger nog steeds niet gestild. Met grommende maag dook ze de stad in.
Ze snuffelde rond tot plots wellustig opkringelende woorden haar poezelige neusvleugels penetreerden. 'Dichter aan huis' kopte een affiche. Dit was nieuw. Geen vervoegd werkwoord. Geen duidelijkheid. Niks concreet. Hongerig haastte Heidi zich naar binnen.

Een museum? Open manuscripten lagen uitgestald onder tafels met glazen bladen. Koekjes werden gepresenteerd op antieke schoteltjes. Er was een haard, maar geen vuur. Vooraan stond een man. Sterker nog: een dichter. Luuk Gruwez, zo heette hij. Hij droeg een vilten jas zonder mouwen. (Een debardeur, dacht Heidi. Maar dat was geen correct Nederlands.)
Hij droeg zijn gedichten voor. Hij droeg zijn gedichten voor tot er van de zinnen niks meer overschoot zo droeg hij ze voor. Woord voor woord droeg hij ze voor. Hij stond daarbij onafgebroken in contrapost, het topstuk van het museum, dat was hij.

De museumbezoekers waren verrukt. In de mannen onder hen was het december, zo wist Gruwez. In de vrouwen was het zogezegd mei. Al waren de meeste vrouwen in het publiek reeds lang uitgebloeid, ze fleurden op als ooit tevoren.
Om hun herwonnen vitaliteit met Heidi te delen, hadden ze een beurtrol opgesteld. Na elk gedicht zei één van hen 'schoon'. Langgerekt en zacht. De meest toegewijde dames fluisterden het met tranen in de ogen. En Heidi? Als die geen tederheid meer had, dan wist ze tederheid te veinzen.

Heidi


Voor meer info: http://www.dichteraanhuis.nl/

dinsdag 16 oktober 2007

Toeristische informatie


Een onooglijk klein artikeltje, in Weekend Knack. Ja, Heidi leest Weekend Knack. Een artikeltje zo klein dat de andere artikels het genadeloos in een uithoek van het boekje duwen. Nauwelijks valt het op, maar voor het betere oog is het toch nog net leesbaar. De kop zegt genoeg: “Top 10 Toeristische flops”. Op zo’n moment vraagt Heidi zich af of haar thuishaven Tirol zich een plaatsje in de lijst heeft weten te veroveren, weliswaar met gemengde gevoelens. Niets is echter minder waar: de top tien van de toeristische flops staat vol met… toeristische attracties!

Okee, het lijstje is samengesteld aan de hand van een Brits onderzoek, en Britten zijn nu niet bepaald de meest conforme toeristen, maar toch blijft me één en ander onduidelijk. Op nummer tien in de hitparade van de te vermijden plaatsen: de toren van Pisa. Bezocht Heidi de toren van Pisa? Jazeker. Waarom ook niet? De scheve toren lijkt me in ieder geval een mooi staaltje van architecturale imperfectie, bovendien gezegend met een knoert van een kerk naast de deur en een uithoudingsvermogen om U tegen te zeggen.

Nummer 4 in de top 10: Las Ramblas in Barcelona. Bezocht Heidi de Ramblas? Jazeker. Al was het maar om eens te lachen met de soms bitter povere imitaties van onder andere Elvis of de paus. Of om te kijken naar de pareltjes van huizen waartussen de gauwdieven en de mimespelers zich opstellen.

Nummer 2: het Louvre in Parijs. En ja, Heidi bezocht het Louvre. Het gaat hier namelijk om een museum, beste Britten, waar inderdaad geen bier te krijgen is, maar wel een ongelooflijk overzicht van Franse en buitenlandse kunst. Ja, er staat steeds een rij van 500 meter om de Mona Lisa van dichtbij te kunnen zien, maar dat zou misschien kunnen zijn – wilde gok – omdat ze dat waard is.

Na terloops nog even te vermelden dat de Britten Stonehenge omschrijven als “een stapel rotsen in een modderig veld”, zijn we aangekomen bij de absolute afknapper op toeristisch vlak. De Eiffeltoren in Parijs. Heeft Heidi al op de top van de Eiffeltoren gestaan? Jazeker, omdat je vanop de Eiffeltoren een zicht hebt dat niet te beschrijven valt. Heeft Heidi al vanop de grond naar de Eiffeltoren gekeken? Jazeker, omdat de Eiffeltoren nu eenmaal deel uitmaakt van Parijs, omdat het bouwwerk waakt over de modestad en – laat ons eerlijk zijn – omdat het gewoon een mooie toren is.

U vraagt u waarschijnlijk af waar de Britten dan in godsnaam wel naartoe willen? Ziehier het antwoord: Alnwick Castle in Northumberland. Waarom, vraagt u? Dit kasteel diende immers als decor voor de – volgens Heidi – achterlijke Harry Potter films. Heeft Heidi Alnwick Castle in Northumberland al bezocht? NEE, en daar is Heidi verdomme fier op!

vrijdag 12 oktober 2007

Heidi las de krant

Hans Van Themsche krijgt levenslang. Doris Lessing wint verdiend de Nobelprijs voor de Literatuur. Yves Leterme lijkt eindelijk tot akkoorden te komen. Afrikaanse oorlogen kosten handenvol geld. Amerika jaagt Turkije in het harnas. De nieuwe cd van Radiohead is gratis te downloaden via http://www.inrainbows.com/. De BEL20 steeg met 0.54%. De tickets voor het tweede concert van The Police worden volledig terugbetaald. Vanavond is het Dr. Phil op VijfTV. Morgen zit gratis de full-cd van Sarah Bettens bij De Morgen. En volgens mijn horoscoop ben ik te snel te agressief.

Laat het duidelijk zijn: Heidi kocht een krant.

Heidi kocht een krant

Zeven uur achtendertig, Antwerpen Centraal. Christophe stapt op de trein naar Brussel. In zijn rugzak zit De Morgen. Op het moment dat de conducteur de deuren sluit, glijden zijn ogen over de koppen op de voorpagina.

Zeven uur éénenvijftig, Gent Sint-Pieters. Lien gritst een Metro mee op weg naar perron 10. Daar begint ze meteen de buitenlandpagina te lezen tot de trein naar Brussel aankomt.

Wij zijn Heidi. Deze morgen kochten wij een krant.